Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 62

3 minuten leestijd

42

J. E. SCHULTE

geven en op pg. 87 verklaart de schrijver: .,De opvatting van de heterogenetische geboorte vnn micro-organismen heeft, evenmin als die van het ontstaan door abiogencsis, stand kimnen houden". Doch verder zegt hij, dat de aarde eens een gloeiende massa was, en dat aan dualisme en materialisme bezwaren kleven. „Het meest voor de hand liggend is het nu aan te nemen, dat het eerste leven uit de reeds aanwezige materie is ontstaan, d.w.z. door abiogenesis". Hij is daarbij te rade gegaan bij L. Polak, de strijdbare wijsgeer te Groningen. Wordt hier evenwel niet een gevolgtrekking opgemaakt, niet op grond van, maar ondanks de feiten? De leer der zelfwording was verhuisd naar het terrein der theorie, en wel theorie in de vorm van de paiispermie en van de biospheer. Het zou mij te ver voeren, deze uiteen te zetten. De eerstgenoemde, n.l dat het leven op aarde afkomstig is van andere hemellichamen, verplaatst slechts het vraagstuk en is trouwens in 1939 door Paul Becquerel bestreden met een beroep op de werking van ultra-korte kosmische stralen. Voorts de leer van de biospheer, n.l. het voorkomen van verspreid leven, dat niet was „dans des corps définis". Het is een hypothse zonder enige wetenschappelijke grondslag. Uit het bovenstaande blijkt, dat de leer der zelfwording van leven uit levenloze stof zelf een taai leven bezit en telkens weer voorstanders vond. Dat is thans nog het geval, nu het vraagstuk in een nieuwe fase is getreden tengevolge van de ontdekking der virussen of der vira (een iets kortere meervoudvorm, al komt hij in het klassiek Latijn niet voor). Deze worden wel als infra-microben beschouwd en door menigeen opgevat als de schakel tussen leven en levenloze stof, als het uitgangspunt van het leven. Ik kom hiermede tot de tegenwoordige stand van het probleem. De vira zouden zijn het leven in zijn eenvoudigste vorm, dus levend. Volgens anderen zijn zij niet-Ievend. Het is nu zaak, eerst de vraag te beantwoorden, wat daarvan is te denken, al is dat antwoord niet licht te geven. Toch is er gelukkig enige opheldering gekomen aangaande „'s Levens nevels" (Kluyver). Nu zijn er m.i. tal van bedenkingen tegen de opvatting van vira als levende loezens, ook al legt ieder punt op zich maar weinig gewicht in de schaal. Behalve direct worden vira ook vaak indirect als levend aangeduid, doordat hun levensuitingen worden toegekend; dit geschiedt als men spreekt van „zich vermeerderen", van erfelijkheid en van mutaties.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 62

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's