1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 110
82
A. W. J. H. HOITINK
natuurlijke loop der dingen behoort bij het levende de dood. Het levende sterft onvermijdelijk, maar wordt daarmede tevens door de dood gekenmerkt. Gezien het voorgaande is het begrijpelijk, dat juist de physiologie de grootste belangstelling voor de dood heeft, Al is haar object het levende, de dood is daar onverbrekelijk mede verbonden. Voorts moet worden opgemerkt, dat in beschouwingen over het leven en het levende de dood niet kan ontbreken. Want juist in datgene, wat het levende onderscheidt van het levenloze en het dode, liggen de wezenstrekken van het levende besloten. Men zou kunnen zeggen, dat men de dood moet zien om het levende te kunnen begrijpen en de physioloog, die dit bestvideert, trekt daarmede tevens de dood binnen zijn studieveld. Op voortreffelijke wijze brengt Xavier Bichat de betrekking tussen leven en dood tot uitdrukking. Reeds de titel van zijn boek, voor het eerst in 1800 verschenen en in 1955 opnieuw uitgegeven, getuigt van Bichat's begrip voor het bij elkander behoren van beide, want die titel luidt: „Recherches physiologiques sur la vie et la mort". Maar treffend komt de relatie tussen leven en dood tot uiting in de definitie van het leven, door Bichat in zijn werk gegeven en luidende : la vie est l'ensemble des fonctions qui resistent a la mort. In deze uitspraak figureren leven en dood beide in de band die rivalen bindt, gewikkeld in een strijd op leven of dood. En hiermede zijn wij dan als vanzelf tot de phase van de begripsbepaling genaderd, waar een welgeschapen wetenschappelijke verhandeling doorgaans mede aanvangt. Misschien onwillekeurig heb ik die phase wat verschoven, daarmede naar psychologisch inzicht schroom verradend. Inderdaad is deze aanwezig en ook wel gerechtvaardigd, omdat wij bij een poging tot definiëring van de dood op moeilijkheden stuiten. Wanneer wij als definitie aannemen: de dood is het verlies van het leven, dan is de formulering wel bondig, maar zonder wezenlijke inhoud, — want wij weten niet wat het leven is. Wie er zich over verwondert dat zelfs de physiologie, die toch de leer der levensverrichtingen is, ons onwetend laat over de vraag wat het leven is, zij gezegd dat de physiologie een natuurwetenschap is. Het ligt in de eigen aard der natuurwetenschappen, dat deze wel de talloze verschijnselen — ook in onderling en ten dele oorzakelijk verband — kunnen bestuderen, maar dat zij niet vermogen door te drin-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's