1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 116
88
A. W. J. H. HOITINK
van de cellen ontwaken, ze herkrijgen het vermogen van actieve en abundante deling, ze verjongen zich in zekere zin en herwinnen of benaderen opnieuw de potentiële onsterfelijkheid. Maar door deze dedifferentiatie worden ze ongeschikt voor het vervullen van een functie in groter en hoger verband. Differentiatie gaat samen met dood, dedifferentiatie met terugdringen van de dood. Het is alsof voor cellen het alternatief geldt: functioneren in hoger verband, differentiëren en succomberen; of: vrij prolifereren, niet functioneren in groter verband en eindeloos vegeteren. Na het voorgaande kunnen wij vermoeden, dat in het complexe lichaam van een hoger georganiseerd veelcellig organisme niet alle weefsels en organen even snel verouderen en hun natuurlijke einde naderen. Verschillende graden van differentiatie der samenstellende cellen zullen daarin variatie brengen. Aan de andere kant zou men, uitgaande van het zo harmonisch functioneren van het gehele organisme, de gedachte aan een ideale physiologische dood kunnen koesteren, waarbij een gelijktijdige natuurlijke dood van alle samenstellende delen van het geheel zou optreden. Wij moeten hier echter opmerken dat, ondanks de nauwe samenhang van de delen in een totaal organisme, de samenstellende levende elementen toch een zekere mate van zelfstandigheid blijven bezitten. Bij de complexe organismen valt de dood van het geheel dan ook samen met het ophouden van de werkzaamheid van celgroepen in sleutelposities, met het staken van de taak van leidende centra, waarvan de cellen uiteraard sterk gedifferentieerd en speciaal onderhevig aan slijtage en veroudering zijn. De ondergang van bepaalde celgroepen leidt het sterven van het gehele lichaam in. Het is dus niet zo, dat alle delen tegelijkertijd doodgaan. Op het ogenblik, waarop het gehele organisme het algemene aspect van dood te zijn verkrijgt, zijn er onderdelen nog kortere of langere tijd levend Het harmonische functionele samenspel der onderdelen, integrerend tot de totaliteit, welke het organisme uitmaakt, is echter tot stilstand gekomen op het moment van de dood van het organisme als geheel. Bij hogere dieren en ook bij de mens impliceert deze dood dus geenszins de directe dood van alle cellen. Afzonderlijke gedeelten van het organisme vertonen een tijdlang nog levensverschijnselen of blijken nog een geschiktheid tot functioneren te bezitten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's