Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 59

2 minuten leestijd

HET ONTSTAAN VAN HET LEVEN OP AARDE

39

definitie van het leven, gelijk mijn leermeester in de chemie F. Jaeger („ondefinieerbaar") en Wendell Stanley. In zijn boek „Levenstempo — Een studie over Veroudering" zegt P. Voute o.m.: „Wat leven is, is niet bekend". Gelukkig blijkt hij er even later toch wel besef van te hebben, gelijk tal van onderzoekers hadden, b.v. R. Virchow en Claude Bernard in de eeuw van de bloei van het materialisme („Les phénomènes sont physiques, l'arrangement est vital"). Trouwens er is al lang een afwending merkbaar van het materialisme, reeds bij Bichat, later bij Bunge, Aug. Bier, L. Bergson („élan vital") en Boeke („het leven in een enclave in de levenloze natuur"). Hiermede kom ik tot een korte schets van de jongste geschiedenis van het vraagstuk. Nadat eeuwen lang bij gebrek aan juiste gegevens het standpunt der generatio spontanea of abiogenesis gegolden had, wees W. Harvey, de ontdekker van de grote bloedsomloop, op de voortplanting als algemene bron van nieuw leven met een veelal onjuist aangehaalde uitspraak: „Ex ovo omnia'. Doch de vooruitgang kwam, evenals toen op menig ander gebied, uit het klassieke land Italië. De arts Francesco Redi (1626—1697) betoogde in 1668, dat „wormen" in het vlees niet uit het vlees zelf ontstaan, maar aan levende wezens zijn toe te schrijven. Een eeuw later ontbrandde de strijd tussen Spallanzani en Needham, twee priesters. De eerstgenoemde voerde het experiment in en leverde het bewijs, dat in organische stoffen na verhitting geen leven ontstaat. Niettemin bleef zijn opponens voorstander van zelfwording. Deze gedachte won wederom meer veld door de ontdekking van de infusoria door Ant. v. Leeuwenhoek („un batave" volgens Voltaire). De strijd bleef dus voortbestaan, doch bereikte weer een hoogtepunt in de negentiende eeuw door de heftige controverse tussen F. A. Pouchet en L. Pasteur. Aan laatstgenoemde was door zijn leermeesters ontraden, zich aan dit netelige vraagstuk te wijden („Vous n'en sortirez pas"), doch er waren een drietal redenen voor hem, om toch dit onderwerp in studie te nemen. Deze waren de volgende: Er verscheen in 1859 een boek van Pouchet, getiteld: „Heterogenic ou traite de la generation spontanée", een studie, gebaseerd op nieuwe proefnemingen. Dit gaf aanleiding tot een prijsvraag van de „Académie", waarin een antwoord en oplossing aangaande dit vraagstuk gevraagd werden, steunend op experimentele gegevens. Een derde reden voor Pasteur waren zijn onderzoekingen over gisting, waarbij hij telkens

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 59

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's