1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 340
282
G. J. SIZOO
keling van de samenleving, gegrond op de technische verwerking van de resultaten van het natuurkundig onderzoek, moet zeker de organisatie van de samenleving worden genoemd. Enerzijds heeft de industrialisering de behoefte tot organisatie, zowel van de arbeid, als van het bedrijf, van de handel als van het verkeer, van de ontspanning als van de politiek, doen ontstaan of vergroot. Anderzijds hebben de middelen der techniek, met name die van vervoer en telecommunicatie, organisatie op veel groter schaal en met veel groter intensiteit dan voorheen mogelijk gemaakt en in gelijke mate is daarmede de macht, die de organisatie over het leven gaat verkrijgen, vergroot. Vóór de eerste wereldoorlog was van organisatie van het wetenschappelijk onderzoek nauwelijks sprake. Uiteraard waren er op wetenschappelijk terrein wel organisaties, maar deze hadden het karakter van gemeenschappen en genootschappen en beoogden in hoofdzaak de mogelijkheden te scheppen tot de wetenschappelijke discussie en tot uitwisseling en verbreiding van kennis en resultaten. De Prijsvraag was nog altijd vrijwel het enige middel om doelgericht onderzoek te bevorderen, maar dit middel richtte zich slechts tot de individuele onderzoekers, die in volle vrijheid zich met het gestelde probleem konden bezghouden of daaraan voorbijgaan. Voor het overige werden individualisme en vrijheid gezien en geprezen als de kenmerken van ware en zuivere wetenschapsbeoefening. De overheid onthield zich niet alleen van inmenging, maar nagenoeg ook van bewuste verzorging, laat staan van bevordering. Zij achtte zich verplicht tot het in stand houden der universiteiten als instellingen van Hoger Onderwijs, daarmede de noodzaak van hogere academische vorming voor vele maatschappelijke posities erkennend. Het wetenschappelijk onderzoek zelve werd echter gaarne overgelaten aan het vrije initiatief van de hoogleraren, die hun stimulansen wel zouden ontlenen aan de hen door de traditie opgelegde morele verplichting, aan hun individuele wetenschapsdrang of hun wetenschappelijke eerzucht. Vooral wat de financiën betreft, hield de overheid zich bij voorkeur op de achtergrond. Er zijn veel verhalen in omloop omtrent de ongewone wegen waarlangs grote onderzoekers, in Nederland bijv. Kamerlingh Onnes, de gelden trachtten, en soms ook wisten, te verkrijgen voor hun wetenschappelijk onderzoek. Deze verhalen zijn vaak vermakelijk, maar zij bewijzen tevens dat van een wezenlijke positieve zorg van de overheid voor de bevordering van het wetenschappelijk onderzoek nauwelijks sprake was.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's