Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 66

2 minuten leestijd

46

J. E. SCHULTE

die zich deed gelden. De natuur als geheel, door de Ouden „phusis" genoemd, een naam, die door een collega onlangs weer in dezelfde zin werd aangewend i), en met name de levende natuur moet dus ook wel aan een inwerking, doch dan aan een bovenmenselijke inwerking zijn toe te schrijven. Want de mens vormt daarvan maar een gedeelte en is bovendien pas laat op het toneel verschenen, hij is een „prosèlutos". Het leven is van hogere orde dan de stof. Derhalve is een stoffelijke oorzaak op zich ontoereikend. Aldus ook Lecomfe de Nioüy, die spreekt van een „ingrijpen", dat geen doorbraak der natuurwetten behoeft te zijn. Aldus eveneens A. R. Wallace, vriend en geestverwant van Ch. Darwin, die gewaagde van een „divine influx". De soorten zijn niet onveranderlijk, gelijk Linnaeus meende, aldus ƒ. Lever in zijn rede: ,,Het Creationisme" (1952). Ook de natuurwetten zijn niet dwingend, niet onvoorwaardelijk bepalend; de natuur is niet volledig gedetermineerd, gelijk Kant meende. Trouwens de ervaring van de arts overtuigt daarvan maar al te zeer. Boutroux spreekt terecht van de contingentie der natuurwetten. Deze zijn statistische uitkomsten; de variabiliteit heeft een schijn van bestendigheid, o.m. door het groot aantal atomen en moleculen, dat erbij betrokken is. Warmte is beweging, eigenlijk ordeloosheid. De stoffelijke natuur geeft ons dus een beeld van open oorzakelijkheid; zij staat open voor ingrijpen, voor aanwijzing van een andere richting, zij is daarvoor ontvankelijk. Aldus wordt een ingrijpen, als boven bedoeld is, beter begrijpelijk, althans het is minder strijdig met ons „natutirwetenschappelijk" denken. Trouwens metaphysica is niet meer een schrikbeeld voor de natuuronderzoeker van onze tijd, is niet meer „abschreckend", volgens A. Sommerfeld. De negentiende eeuw is voor velen een ovei-wonnen tijdperk. Dit antwoord leidt tot de vraag, of het ontstaan van het leven een onderwerp is van wereldbeschouwelijke aard. Met een blik op de geschiedenis zou men allicht geneigd zijn, deze vraag ontkennend te beantwoorden. In de Middeleeuwen werd zelfwording aanvaard. En Spallanzini en Needham, mannen met een1) Viktor von Weizsacker, Am Anfang schuf Gott Himmel und Erde (Grundfragen der Naturphilosophie) 1954.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 66

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's