Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 114

2 minuten leestijd

86

A. W. J. H. HOITINK

van eencellige wezens het pantoffeldiertje (paramaecium). In 7 jaren verkreeg hij 4500 generaties. Bij het einde van het experiment waren de diertjes even levendig, fris en delingslustig als bij het begin; de delingen volgden even regelmatig en snel op elkander als bij de aanvang. Verslagen van voortgezet onderzoek berichten zelfs over 8400 generaties in 131^ jaar. Aangezien men deze proeven vermoedelijk naar believen kan laten voortduren, indien de prijs aan tijd, geduld en zorgvuldigheid maar wordt betaald, kan men hier practisch van onsterfelijkheid spreken. Ik wil er echter op wijzen, dat — strikt genomen — slechts een potentiële onsterfelijkheid hoogstwaarschijnlijk is gemaakt, gezien de kunstmatig uiterst gunstig geschapen omstandigheden bij de proef Voorts is het van belang nog naar voren te halen, dat bij de gewone delingen een reorganisatie van het totale kernapparaat optreedt, welk gebeuren als een vernieuwings- of verjongingsproces is op te vatten Door deze zogenaamde endomixis wordt alzo veroudering tegengegaan en voor vernieuwing gezorgd, — ook bij uitblijvende conjugatie. Uit deze en dergelijke experimenten wordt tot de potentiële onsterfelijkheid van eencellige wezens geconcludeerd. In het voorbijgaan zi] opgemerkt, dat het al heel wat tijd van stervelingen heeft gekost om de onsterfelijkheid bij het „primitieve" levende aan te tonen! Hoe is de situatie nu bij de uit vele cellen bestaande organismen? Richten wij de blik eerst op de zogenaamde kolonies van cellen, dan blijken bij bepaalde kleinere kolonies de cellen aan elkaar gelijk te zijn en voor deze kolonie-vormende wezens bestaat eenzelfde onsterfelijkheid als voor de vrijlevende eencellige. Bij grotere kolonies treedt echter arbeidsverdeling op, een specialisatie, welke met differentiatie van de cellen gepaard gaat. Hier zien wij een differentiëring in lichaamscellen of somatische cellen en daarnaast geslachtscellen of gameten. Alleen deze laatste zijn theoretisch onsterfelijk, want zij laten nieuwe organismen met nieuwe geslachtscellen ontstaan; zij hebben de eigenschap van de potentiële onsterfelijkheid van de enkele cel behouden. De somatische cellen daarentegen, welke als het ware het lichaam van de kolonie uitmaken, kunnen in het vaste verband van de eenmaal gevormde kolonie zich niet meer delen en vermenigvuldigen. Verlies van het vermogen tot vermenigvuldiging betekent gemis van het vernieuwings- of verjongingsproces tijdens de deling. De somatische

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 114

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's