1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 327
OPENINGSREDE VIERDE CONGRES
269.
dige wetenschap in haar gehelen omvang te beoefenen bij het licht van Gods Woord, en de toepassing van die aldus beoefende wetenschappen op het sociale leven te bevorderen — zo wordt het in het eerste artikel der statuten omschreven. Wat is daarvan terecht gekomen? Men kan ook vragen: wat kon er van terecht komen? Want, opgevat zoals het er staat: de beoefening in vollen omvang van de natuur- en geneeskundige wetenschap bij het licht van Gods Woord, eist dit doel toch eigenlijk twee volledige faculteiten, bemand met begaafde en geloofskrachtige geleerden. Maar laat ons billijk zijn : de nadruk valt waarschijnlijk niet zozeer op het ,,in vollen omvang" dan wel op het „bij het licht van Gods Woord". Deze omschrijving en bepaling — onpersoonlijk, objectiverend naar den tijd, waarin ze ontstond en het vroomheidstype, dat in ons land overweegt — werpt ons zonder meer in de religieus-wetenschappelijke problematiek, die met de termen Christelijke wetenschap en Christelijke wetenschapsbeoefening voor ons voldoende is gekenmerkt. De wetenschap, werkend bij het licht van Gods Woord : is dit een reminiscentie aan de belijdenis van den Psalmist: Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad? (Psalm 119 : 105). Dan is het wel overbodig er aan te herinneren, dat het daar bedoelde woord niet met onzen Bijbel vereenzelvigd kan worden, en dat in dat getuigenis alleen sprake kan zijn van een levenswandel, niet van de natuurwetenschap — een cultuuruiting, waarvan de conceptie aan den Joodsen geest ten enenmale vreemd was, ook waar die wijsheid en waarheid zocht. Toch wordt ons in het eerste artikel der statuten het beeld gesuggereerd van een natuurwetenschap en geneeskunde, die werken bij het licht van Gods Woord, waarmede volgens het tweede artikel blijkbaar de Bijbel bedoeld is. Is die figuur voor ons in dien vorm aanvaardbaar? Hebben we in de dagelijkse beoefening onzer vakken, bij het moeizaam wetenschappelijk zoeken en ontleden ooit, al was het op den achtergrond, het gevoel, dat een Bijbels schijnsel ons werkvlak verlicht? Is hier sprake van iets, dat heus werkelijkheid is, al was het maar bij een enkele, of werkelijkheid kan worden? Zeker, bij het zoeken naar een antwoord op algemene vragen omtrent de herkomst van wereld en leven, van wezen en bestemming van den mens, zullen onze Bijbelse noties krachtig medewerken in het tastend vormen van een oordeel. Maar dit zijn geen vragen van vakwetenschap. Zij vallen niet onder wat hier met beoefening der wetenschap is bedoeld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's