Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 123

2 minuten leestijd

ASPECTEN VAN DE DOOD IN DE GENEESKUNDE

95

want het kan nog dood worden gemaakt. Het tot volstrekte verstarring gekomen levende stelsel is slechts schijndood en kan „herleven", in de zin van het opnieuw gaan vertonen van levensverschijnselen en levensuitingen, het kan de tot stilstand gekomen levensprocessen verder voortzetten. Maar dit wil zeggen dat de potenties van het leven er nog in aanwezig moeten zijn. Hier schijnt het of het geheim van het leven vlak voor ons is geplaatst, — maar doorgronden kunnen wij het niet. De geschiedenis van het vorsen in de wetenschap van het levende leert, dat men steeds weer dacht dicht bij de oplossing van het levensraadsel te zijn, waarop echter steeds ontgoocheling volgde. De jacht naar het geheim van het leven is als een tocht naar verre horizonten, — waarbij het doel de steeds weer wijkende einder blijkt te zijn. — Als merkwaardigheid moge ik nog onder de aandacht brengen, dat in een toestand van latent leven de „levensklok" stilstaat en veroudering zal dus in die situatie niet plaatsvinden. Bij die bevroren dieren, waarbij het gehele lichaam niet helemaal door en door bevroren is, kunnen wij niet van ,,latent leven" spreken, omdat de levensprocessen niet geheel tot stilstand zullen zijn gekomen, Ze zullen echter aanzienlijk vertraagd en verminderd zijn en de stofwisseling zal — nadat de compensatiepogingen tot rust zijn gekomen — sterk gereduceerd zijn, zodat hier dan een „vita minima" benaderd is. Toestanden van rust en van schijndood komen in de natuur voor als normale phasen in een levenscyclus (b.v. winterslaap, cysten bij protozoën), naar wij aannemen om het levende wezen te bewaren door slechte seizoenen en ander ongunstige omstandigheden heen. Daarnaast zal de schijndood in de natuur ook meer incidenteel voorkomen (uitdroging, bevriezing) en vooral in deze gevallen uit zich dan de resistentie van het levende tegen de dood. Wat het levende kan verdragen wordt ons nog eens duidelijk gedemonstreerd in de vorenvermelde proeven. Het leven wordt vaak broos genoemd en in zekere zin is het levende zonder twijfel teer en labiel en het kan gemakkelijk vernietigd worden. Aan de andere kant blijkt echter ook uit de besproken experimenten hoe sterk en stabiel het kan zijn. Hoe is het nu bij de mens, met name bij expositie aan de koude en bij bevriezing? Kan het menselijk organisme doorstaan wat sommige dieren bleken te kunnen verdragen? Kan de mens ook bevriezen en

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 123

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's