Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 80

2 minuten leestijd

56

G. A. LINDEBOOM

tegen verhieven. Ze werd niet meer zo kras verdedigd als door Jean Baptist van Helmont (1578—1644) in het begin der 17de eeuw. Deze beweerde, dat de dampen, die uit de diepten van moerassen opstijgen, kikvorsen, slakken en bloedzuigers voortbrengen, ja zelfs, dat uit graan, kaas en een vuil hemd, te samen in een afgesloten fles gedaan, zich volwassen muizen kunnen ontwikkelen. Voor de levende wezens, die zich door paring vermenigvuldigen, was deze gedachte allengs losgelaten, en met grote nadruk had William Harvey (1578—1657), een tijdgenoot van Helmont, en ontdekker van de grote bloedsomloop, voor hen het axioma vastgesteld : omne animal ex ovo — ieder dier ontstaat uit een ei. Velen wensten niet verder te gaan dan zover, en onderschreven niet het: omne vivum ex vivo — al het levende ontstaat uit iets levends. Voor hen heerste voorshands geen twijfel aan de spontane generatie van microscopisch kleine wezentjes, die onze Antonie van Leeuwenhoek, kamerbewaarder van de Burgemeesteren van Delft, en groot autodidactisch natuuronderzoeker, in zijn lange leven het eerst had ontdekt en beschreven. Wel had de Franse abt Spalanzani, eveneens een degelijk natuuronderzoeker, deze leer in 1777 in zijn algemeenheid fel bestreden, wel was ook in 1834 reeds de stelling verdedigd (door Schwann), dat de kleinste levende wezens, de bacteriën, die zich evenals de gistcellen, door eenvoudige deling, niet door paring, vermeerderen, evenmin door spontane generatie ontstaan, maar dergelijke beweringen werden ook toen nog door anderen vurig bestreden. Zo heerste er omtrent dit vraagstuk nog veel duisterheid en onzekerheid en verwarring, toen de Académie des Scriences er een prijsvraag over uitschreef. Pasteur voelde zich uiteraard sterk tot haar aangetokken. Hij had inmiddels in 1857 zijn hoogleraarszetel in Rijssel laten varen, om in Parijs de veel bescheidener functie van administrateur en directeur der physische afdeling van de Ecole normale supérieure te aanvaarden. Parijs, de zetel van een opgewekt wetenschappelijk leven, moet hem wel zeer hebben aangetrokken, want de materiële mogelijkheden voor eigen onderzoekingen waren bij zijn komst minimaal. Hij had er geen begroting voor en was heel blij toen hij op de zolder een paar kamers vond, die als onbruikbaar ook ongebruikt stonden, en waarin hij zich nu installeerde. . Het was niet de natuurbeschouwelijke achtergrond van het vraag-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 80

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's