1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 194
158
F. T. DIEMER—LINDEBOOM
lege achtte echter geen geldige oorzaak voor een verbintenis aanwezig, en motiveerde deze opvatting als volgt; „. . . .qu'il ne consiste pas, en effet, a supprimer, soit chez la femme, soit chez l'homme, les causes de la sterilité, de maniere a les rendre aptes a la generation et pour son accomplissement direct dans ce qu'il a de plus intime, un intermediaire entre Ie mari et la femme, usant de moyens artificiels qui réprouvent la loi naturel, et qui pourraient même, en cas cTabus, créer un veritable danger social. Qu'il importe a la dignité du marriage que de semblables procédés ne soient pas transporté du domaine de la science dans celui de la pratique, et que la justice ne sanctionne pas des obligations fondées sur leur e m p l o i . . . . " etc. Volledigheidshalve zij vermeld dat de eiser op v^^einig fijnzinnige wijze zijn methode geannonceerd had. Maar deze bijkomstigheid zal toch niet de doorslag hebben gegeven De Société de Médecine Legale de France was evenzeer uiterst gereserveerd. In hetzelfde jaar nog benoemde deze een commissie om van gerechtelijk-geneeskundig standpunt rapport uit te brengen over homologe kunstmatige inseminatie. Het resultaat was, dat toepassing „comme dernière chance pour arriver a la procreation est une operation correcte, n'entrainant aucune responsabilité". Uitdrukkelijk werd daarbij echter verboden, dat de arts ooit eigener beweging een voorstel tot een zodanige behandeling doen zou. Deze uitspraak vond in de medische kringen van Parijs allerminst bijval. De Medische Faculteit, die in 1871 een door P. F. Gigon (zoon van een der eerste deskundigen) bewerkte dissertatie had aanvaard, weigerde in 1885 een proefschrift, handelend over deze materie. Zowel onder medici als onder juristen is de bekendheid met de mogelijkheid van kunstmatige inseminatie lange tijd tot uiterst kleine kringen beperkt gebleven. Toen in 1907 voor het Oberlandesgericht te Keulen een geval van mogelijke kunstmatige inseminatie aanhangig was, bleken rechtsprekend college zomin als de gerechtelijk-geneeskundige op de hoogte te zijn van het feit dat in de toen bestaande vakliteratuur reeds verscheidene succesvolle behandelingen venneld stonden. In de uitspraak — de casus doet voor ons niet ter zake — bestempelde het rechterlijk orgaan kunstmatige inseminatie binnen huwelijk als een rechtmatige, wettige handelwijze. Deze beschouwingswijze wekte echter nogal critiek. Vele anderen wezen met verontwaardiging elk in practijk brengen van de mogelijkheid van de hand. Deze grote terughoudendheid ten aanzien van de kunstmatige inse-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's