Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 115

2 minuten leestijd

ASPECTEN V A N DE DOOD IN DE GENEESKUNDE

87

cellen zijn aan slijtage, veroudering en ondergang overgeleverd en zo sterft na verloop van tijd het „lichaam" van de kolonie en wordt tot lijk. Hier verschijnt de physiologische dood. Wij zien dat deze dood hier optreedt als parallelverschijnsel van de specialisatie en differentiatie in een cellen-samenleving. Bij de cellen-kolonies kan men het dus zo beschouwen, dat er een sterfelijk deel is, het somatische, en een theoretisch onsterfelijk deel, de gameten. In de cellenstaat van elk veelcellig organisme kan men deze beide delen echter ook onderscheiden, waarbij — zoals Lipschütz het zo treffend formuleerde — het somatische het substraat van de natuurlijke dood is en de geslachtscellen het substraat der potentiële onsterfelijkheid vormen. Ook bij de hogere dierlijke organismen wordt dus in hoofdzaak hetzelfde gevonden. Alleen is bij deze de differentiëring van de lichaamscellen veel verder voortgeschreden, waarmede zij meer verwijderd zijn van de eigenschappen van de oorspronkelijke cel, waarin alle functies zijn verenigd. Ook hier, bij die hogere organismen, ontmoeten wij een physiologische dood als correlaat van de differentiatie. Tijdens de embryonale ontwikkeling uit de eicel gaan de cellen, welke het lichaam vormen, zich differentiëren, dat wil dus zeggen zich specifiek aanpassen voor bepaalde functies. Maar daarmede gaan haar oorspronkelijke eigenschappen sluimeren en zij verliezen het vermogen zich tot een nieuw individu te ontwikkelen. Slechts aan de geslachtscellen blijft dit vermogen toebedeeld. De differentiëring van de somatische cellen, noodzakelijk voor het harmonisch functioneren van het lichaam, heeft als keerzijde het verlies of de beteugeling van het ongebreidelde delingsvermogen, dat vernieuwing betekent. De somatische cel, oorspronkelijk óók begiftigd met de theoretische potentiële onsterfelijkheid van de „primitieve" cel, — weefselcultures in vitro hebben dit nog eens waarschijnlijk gemaakt —, wordt sterfelijk. Er is dood. Differentiatie en dood gaan hand in hand. Deze samenhang komt ook tot uiting — in omgekeerde richting — in weefselcultures. Men kan weefsels uit het lichaam nemen en daarbuiten onder bijzondere voorzorgen op voedingsbodems verder kweken, waarbij regelmatig op nieuwe media wordt overgeënt. Onder bepaalde voorwaarden kan men dan waarnemen dat de cultuur vrijwel onbeperkt gaat groeien, maar er treedt dedifferentiatie in meerdere of mindere mate op. Sluimerende oorspronkelijke eigenschappen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 115

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's