1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 202
166
F. T. DIEMER—LINDEBOOM
voor handelingen, die kunstmatige bevruchting beogen. Hier ligt naar zijn mening een vraagstuk op zichzelf, dat te zijner tijd afzonderlijk zal moeten worden bezien 5). Mr. S. L. F. de Hartog pleit in het Ned. Juristenblad van 20 maart 1954 in verband met de vraag: „Kan kunstmatige inseminatie overspel zijn?" voor een verruiming van het begrip „overspel" tot: „Het plegen of toelaten van enige handeling die in het algemeen bevruchting door een ander dan de echtgenoot tengevolge kan hebben" 6). In ons land bestaat nog geen rechtspraak verband houdende met k.i.d. Zodoende kan ook niet met zekerheid gezegd worden hoe deze zou oordelen b.v. over art. 236 Wetboek van Strafrecht in verband met k.i.d. Hier wordt het door enige handeling onzeker maken van iemands afstamming als verduistering van staat gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste 5 jaar, waarbij ontzetting van bepaalde rechten, o.a. uitoefening van beroep, kan plaats hebben. Kan toepassing van k.i.d. de medicus — om ons hier tot deze te beperken — in conflict met dit wetsartikel brengen? Evenals met geheel deze materie het geval is, hebben slechts weinige juristen zich met deze vraag in het bijzonder beziggehouden. Mr. Emmering beantwoordde haar destijds bevestigend. Door mij is eenzelfde opvatting verdedigd, welke echter later door mr. C. Berkhouwer in het Ned. Juristenblad is bestreden ''). Buiten twijfel is natuurlijk, dat bij de formulering van de bepalingen van het Wetboek van Strafrecht de mogelijkheid van k.i.d geheel buiten het gezichtsveld lag. Bij art. 236 zal men in het bijzonder gedacht hebben aan valsheid in geschrifte : aan onjuiste opgaven in de akten van de burgerlijke stand of valselijk opmaken of vervalsen van die akten. De wet onthoudt zich echter van elke nadere aanwijzing van de aard der handeling. Prof. Simons *) tekent dan ook bij dit artikel aan ; „Voldoende is dus, dat zij op welke wijze ook, de afstamming van een ander onzeker maakt". Bij toepassing van k.i.d. doet de arts, die de herkomst van het gebruikte sperma geheim houdt, niet anders dan opzettelijk de werkelijke afstamming onzeker maken. Mr. Berkhouwer brengt de betekenis van het woord afstamming in onmiddellijk verband met de gereduceerde formalistische zin van art. 305 B.W. en concludeert dan dat de afstamming van het door k.i.d. verwekte kind in verband met art. 305 B.W. juist niet onzeker, doch „zeker" is. Voor mij blijft het niettemin de vraag of de strafwet tot deze volledig uitgeholde interpretatie van *) Leerboek van Strafrecht dl II bl. 158.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's