1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 60
40
J. E. SCHULTE
de werking van levende wezens waarnam met hun specifieke hoedanigheden. Deze uitkomsten schenen weinig verenigbaar met het ontstaan van leven uit levenloze stof, dus uit een onbepaalde grondslag. „Mémoire sur les corpuscules organises qui existent dans l'atmosphère", aldus de titel van de studie van Pasteur over zelfwording, een studie, die een mijlpaal kan genoemd worden. Het moet wel vertrouwen inboezemen in het natuurwetenschappelijk onderzoek, dat deze stvidie, die als ondertitel droeg: ,,Examen de la doctrine des generations spontanéees" nu na bijna een eeuw nog ten volle heeft stand gehouden, hoe eenvoudig de middelen in onze ogen ook waren, waarmede zij was verricht. De gevolgtrekkingen van Pasteur waren, kort gezegd, de volgende : a. In de lucht bevinden zich corpuscula, die naar hun uiterlijk georganiseerd schijnen te zijn. Zij bevinden zich ook op allerlei voorwerpen. b. Deze corpuscula zijn levensvatbaar. c. In de voedingsbodem zelf ontstaat géén leven, indien slechts die corpuscula verre worden gehouden, ook niet na toetreding van verhitte lucht. d. Zelfs in organische stoffen als bloed en urine en sap van druiven, onder goede voorzorgen bewaard, ontstaat geen leven, ook niet, nadat niet verhitte lucht is binnen gestroomd door een z.g.n. zwanenhals („ballon a col de cygne"). Deze proef was volgens Pasteur voor de zelfwording „un dernier coup". Niet evenwel volgens anderen. Pouchet bleef zich met alle kracht verzetten: „L'air ainsi peuplé aurait la densité de fer". Hij vond medestanders in Frémy en Tréeul, die het bestaan van z.g.n.hémiorganismes verdedigden zonder bewijs. Vandaar Pasteur's oordeel: „Una hypothese absolument insoutenable". Ook Joly en Musset traden in het krijt en bepleitten het intracellulair ontstaan van leven, hetgeen door Pasteur met een beroep op zijn eigen proeven werd weerlegd. Men ziet uit de beide door mij onderstreepte woorden, dat destijds al dezelfde opwerpingen ter tafel kwamen, die later bij de strijd omtrent de virussen opgeld zouden doen. Pasteur aanvaardde telkens de strijd, omdat het ging om een onderwerp van grote betekenis: ,un des sujets les plus élevés de la philosophie naturelle". Zo moest hij opkomen tegen Ch. Bastian, die geen rekening had gehouden met resistente vormen van leven(sporen). Doch een laatste aanval kwam uit eigen kring. Er werden na de dood
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's