1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 109
ASPECTEN VAN DE DOOD IN DE GENEESKUNDE *) door A. W. J. H. HOITINK
Op mij rust de taak in deze reeks colleges facetten van het vraagstuk van de dood te belichten van de zijde van die wetenschap, welke ik tracht te beoefenen en welke mij hier als haar vertegenwoordiger ziet aangewezen, dus van de kant van de geneeskunde in het algemeen en van de physiologie meer in het bijzonder. Dat de dood voor de geneeskunde een uitermate belangrijk probleem betekent, behoeft geen nader betoog. Een zo regelmatig in het medische arbeidsveld terugkerende verschijning laat zich niet voorbijzien en eist zelfs een centrale plaats in de aandacht op. De vraag zou echter gesteld kunnen worden : hoe kan de physiologie, die toch het levende tot studie-object heeft, belangstelling voor de dood hebben? De physiologie is immers de leer van de levensverrichtingen der levende wezens; naar wezen en streven is zij in hoofdzaak experimentele natuurwetenschap van het levende. Wij zouden dan kunnen antwoorden dat de physiologie, — die als functieleer de belangrijkste basiswetenschap van een in functies denkende geneeskunde is geworden —, interesse heeft te tonen voor alle problemen, welke de geneeskunde bewegen. De vraag heeft echter een meer direct antwoord. Allereerst moet dan worden uitgesproken, dat de dood als een kenmerk van het levende kan gelden. Levende wezens hebben een begrensde existentie, getypeerd door een cyclisch bestaansverloop van betrekkelijk korte duur. Slechts enkele uitzonderingen schijnen op deze regel te bestaan en zo zouden bijvoorbeeld eencelligen een potentiële onsterfelijkheid bezitten, waarop straks zal worden teruggekomen. Maar de regel is, dat steeds weer met feilloze zekerheid op ontluiken en bloeien, verdorren en sterven volgt. Ontstaan, groei, jeugd, volle wasdom, ouderdom en tenslotte onafwendbaar de dood, vormen de karakteristieke gang van het levende op aarde. In de *) Interfacultair college, gegeven aan de Vrije Universiteit 14 februari 1956.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's