Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 193

2 minuten leestijd

JURIDISCHE ASPECTEN BIJ KUNSTMATIGE INSEMINATIE *) door F. T. DIEMER-LINDEBOOM

Wanneer thans uw aandacht gevraagd wordt voor enige juridische aspecten, die zich bij met resultaat toegepaste kunstmatige inseminatie voordoen, dan betreft dit in het bijzonder de heterologe inseminatie. Maar een enkel woord in verband met de homologe inseminatie mag niet ontbreken. Vooropgesteld zij daarbij, dat ik mèt vorige spreker '"') — wiens betoog ik ook overigens kan onderschrijven — van mening ben, dat inseminatie met sperma van de eigen echtgenoot naar regigieus-ethisch gezichtspunt, in zoverre deze dient ter correctie van een afwijking, niet per se verwerpelijk is. Homologe kunstmatige inseminatie is, wat de echtgenoten betreft, een interne huwelijksaangelegenheid. En de medicus, wiens hulp daarbij ingeroepen wordt, blijft, wanneer hij, indien indicatie hiertoe aanwezig is, zijn diensten verleent, binnen de grenzen van zijn beroepsgebied. Doch niet alleen wie de zaken zó ziet, maar ook degene die, gelijk onze R.K. mede-christenen doen sedert de pauselijke uitspraak in 1949, geheel afwijzend staat tegenover homologe kunstmatige inseminatie, zal ongetwijfeld van oordeel zijn, dat dit terrein ligt buiten de bevoegdheidssfeer van de overheid. Jurirische complicaties doen zich bij een door homologe kunstmatige inseminatie verwekt kind weinig of niet voor. Merkwaardigerwijze is echter in de tweede helft van de vorige eeuw, toen in Frankrijk een klein aantal medici zich met deze materie bezig hield, en de zaak zelf nog in een pril stadium verkeerde, de rechtspraak aldaar bij een kwestie van homologe inseminatie betrokken geworden. Het desbetreffende vonnis van de rechtbank te Bordeaux, gewezen in augustus 1883, toont blijkens de overwegingen aan, dat elke medewerking van de arts in deze sfeer, volstrekt werd veroordeeld. De zaak lag als volgt: een arts had een vordering van 1500 fr. aanhangig gemaakt, als zijnde het niet uitbetaalde honorarium voor een door hem zonder succes toegepaste homologe inseminatie. Het rechtscol*) Voordracht gehouden in de gecombineerde vergadering van de Christelijke Vereniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland (Medische Sectie) en de Calvinistische Juristenvereniging op zaterdag 11 februari 1956 in Hotel des Pays Bas te Utrecht. **) Prof. dr. G. Brillenburg Wurth.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 193

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's