Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 187

3 minuten leestijd

ETHISCH-RELIGIEUS ASPECT DER KUNSTM. INSEMINATIE

151

gische oorzaak van de ander, doch de mens is geen „vader" en het nageslacht is geen „kind". „Kind" zijn is immers ontsproten zijn uit intiemste liefdesvereniging van twee menselijke wezens" 5). Het komt ons voor, dat wat hier gezegd wordt geheel ligt in de lijn van het bijbels getuigenis, als daar de bevruchting altijd in één adem genoemd wordt met het „bekennen", d.w.z. de ontmoeting in liefde van man en vrouw in het huwelijk. Daar is echter nog een andere reden, met de eerstgenoemde ten nauwste samenhangend, waarom de kunstmatige inseminatie volstrekt afgewezen dient te worden, n.l. dat in het huwelijk, zoals Paulus in 1 Cor. 7 zegt, „de man geen recht meer heeft over zijn eigen lichaam, doch de vrouw, en de vrouw geen recht heeft over haar lichaam, doch de man". Dat is juist het heel bijzondere van het huwelijk, dat die twee waren, man en vrouw, hier zo zeer tot één vlees geworden zijn, dat bij beiden van zelfbeschikking over hun eigen lichaam geen sprake meer is. Welnu, hierop vormt de kunstmatige inseminatie, ook daar waar ze met volle bewilliging van de man plaats vindt, een zonder meer ontoelaatbare inbreuk. Een man heeft eenvoudig niet het recht om tot kunstmatige inseminatie toestemming te geven, m.a.w. het lichaam van zijn vrouw af te staan tot een bevruchting in een weg, die ten enenmale tegen de aard van het door God verordende huwelijk indruist, evenmin als dat een man het recht heeft om eventueel zijn vrouw buiten-echtelijk huwelijksverkeer toe te staan 6). Het is onze bedoeling niet deze beide, kunstmatige inseminatie en overspel, met elkaar op één lijn te stellen, omdat het in die twee gevallen om een verschillend doel en motief gaat. Maar wel mogen wij zeggen, dat zij beide, gezien de aard van de huwelijksband, even absoluut ontoelaatbaar zijn, onafhankelijk van de vraag, of de echtgenoot der vrouw er al dan niet in bewilligt. Een vergelijking met de adoptie, ter verdediging van de kunstmatige inseminatie vaak getrokken, is volkomen misplaatst. Men heeft er immers nog nooit aan gedacht een geadopteerd kind voor een eigen kind uit te geven, wat bij de kunstmatige inseminatie wel altijd het geval is. Die wordt daarom ook altijd zoveel het maar kan verheimelijkt, met al de zedelijke onwaarachtigheid, waartoe dat onvermijdelijk leiden moet 7). Geheel buiten beschouwing lieten wij hier nog, wat echter zeker ook in onze overweging betrokken dient te worden, de rol, die de z.g. „donor" in de kunstmatige inseminatie speelt. Hij mag dan al uit huma-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 187

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's