Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 349

2 minuten leestijd

NATUURKUNDE EN SAMENLEVING

291

schapsleer, vooral in de negentiende eeuw is geweest, is in vele in de loop der jaren in onze vereniging gehouden voordrachten bij herhaling naar voren gekomen. Ook zijn de, met deze invloed verbonden bedreigingen van het christelijk leven, denken en geloven, en van het behoud der zuiverheid daarvan, vele malen onderwerp van bezinning en discussie geweest. Ik meen te mogen zeggen dat deze bezinning steeds is gedragen door het besef, dat beoefening van wetenschap en de verwerking van haar resultaten ten behoeve van de samenleving een bezigheid is, die de mens als rentmeester der schepping is toevertrouwd en dat deze bezigheid leidt tot de door God gewilde ontplooiing van de in de schepping gelegde mogelijkheden, waarin de mens, of hij het erkennen wil of niet, Gods grootheid openbaar maakt. Door dit besef is ook steeds gedragen de positieve aanvaarding van de verantwoordelijkheid van de christen-natuuronderzoeker ten aanzien van de steeds veranderende problematiek van de tijd. Ook de structuur van onze tijd bevat elementen die reële gevaren inhouden voor het christelijke leven. De technificering van het denken, de massificering van de arbeid, het verlies der individuele vrijheid, de dienstbaarheid der wetenschap, de destructiemogelijkheden der atoomwapens, de overmacht der organisatie, de automatisering van het arbeidsproces, de ontpersoonlijking van de mens, om slechts enkele slagwoorden uit het hedendaags cultuurpessimisme te citeren, kunnen elk op zich zelf en nog meer in hun onderHnge samenhang, als benauwende bedreigingen van het christelijk leven worden gezien en zij houden met de in intensiteit steeds toenemende wisselwerking tussen natuurlamde en samenleving nauw verband. Maar het antwoord op die dreiging kan voor de christen-onderzoeker nooit zijn een zich onttrekken aan zijn verantwoordehjkheid. Zolang Gods goedheid Zijn schepping in stand houdt, zal de gelovige natuuronderzoeker, op de plaats waar God hem gesteld heeft, aan haar ontplooiing hebben mede te werken, maar dan ook met de zich zeer bewuste verantwoordelijkheid de ontsloten krachten, waar dit in deze door de zonde verworden wereld nog mogelijk is, ten goede te leiden. Hij zou geen kind van zijn tijd zijn als hij daarbij niets voelde van de beklemming die uitgaat van een wereld, die zegt van zich zelf te weten dat zij waanzinnig is, van een heden dat de toekomst tot verleden tijd verklaart, van een leven dat zijn eigen absurditeit proclameert, van een wetenschap die zich zelf verwijt wel macht, maar geen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 349

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's