1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 162
130
P. MULLENDER
het bestaande gebouw weer omver kunnen werpen. Ten tweede zal men in het geheel niet streven naar een al te grote formahsatie. Immers, het doel dat men wil bereiken ligt niet in het wiskundig systeem; de wiskunde is slechts middel. H e t doel is inzicht te verwerven in de physische verschijnselen. Men zal daarom juist de correspondentie van het wiskundig bouwwerk met zijn physische interpretatie zo scherp mogelijk in het oog houden. M.a.w., men zal bij het werken met de wiskundige begrippen, achter die begrippen allerlei physische zaken denken en zelfs in gedachten die wiskundige begrippen vereenzelvigen met h u n physisch correlaat. Men kan het laatste ook aldus formuleren : In d e physica is men voortdurend bezig met theorievorming en dat komt neer op een zekere idealisering van de werkelijkheid. D.w.z., men stelt zich voor dat de expliciete qualiteiten en quantileiten, waartoe men door waarneming en redenering gekom-en is, wèl vereenzelvigd mogen worden met d e impliciete. Nog anders uitgedrukt, men vormt een physisch model. Aan dit physisch model koppelt men nu zijn wiskundig systeem en de correspondentie tussen die twee kan dan volkomen zijn. H e t model heeft echter slechts in zoverre w a a r d e als wetenschappelijk resultaat, als het inderdaad met de werkelijkheid die we kunnen waarnemen klopt. Onze conclusie kan dus zijn, en hiermee komen wij weer terug op de problemen van den aankomenden wiskundesludent, dat het verschil tussen de mathematici en de physici, wat betreft hun wijze van werken en van form.uleren, niet voortkomt uit een geringere exactheid van denken van de physici, maar uit een verschil van doelstelling. Terwijl d e wiskundige als doel voor ogen heeft een wiskundig b o u w w e r k op te trekken, zij het dat ook hij niet streeft naar al te grote formahsatie van liet systeem, is het den natuurkundige te doen om het ph)'sisch inzicht en gebruikt hij de wiskunde geheel als hulpmiddel. SUMMARY This article deals with the problem of the role of the mathematical argument in the development of physics. The author states as his view, that mathematics should be regarded as a purely deductive science, contrary to physics, which has a fully experimental bas's. However, the physicist continually uses mathematical systems to express his ideas about the physical facts he observes. Now, the mathematical argument can never take the place of the experimental verification, and, on the other hand, the result of observations can never be regarded as a proof in a mathematical system. For otherwise It would not be possible to test the mathematical system that is used as to its applicability and acceptability. This implies the necessity to distinguish properly between mathematical and physical concepts and assertions. Further, this Implies that the ultimate aim of a physicist should not be the devolopment of a mathematical system.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's