Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 332

2 minuten leestijd

274

G. J. SIZOO

met een ijzeren klauw kon optillen, om ze daarna weer plotseling in het water te laten neerploffen, een panische angst bij de Romeinse soldaten teweeggebracht en de duur van het beleg van Syracuse aanzienlijk verlengd. Het verhaal dat hij, toen de stad tenslotte na twee jaar bij verrassing genomen werd, door een Romeinse soldaat werd aangetroffen, verdiept in het tekenen van geometrische figuren in een bak met zand, en dat hij daarbij eerbied voor zijn cirkels zou hebben geëist, eerder dan voor zijn leven, wordt gewoonlijk aangevoerd als een illustratie van de distantie tussen de geleerde en de samenleving. Maar het feit, dat Marcus Claudius Marcellus, belegeraar van Syracuse en tevens bewonderaar van Archimedes' natuurkundige vindingen, het nadrukkelijk bevel had gegeven de geleerde niet te doden, bewijst, dat ook in de toenmalige samenleving, zelfs wanneer het een vijand gold, reeds voor een erkenning van de waarde van het natuurkundig genie plaats was. In de geschiedenis der Westerse cultuur kan van een algemene en publieke erkenning van de potentiële waarde van het natuurkundig onderzoek voor het maatschappelijk leven eerst recht gesproken worden in de achttiende eeuw. Toen immers trad de natuurkunde uit de beslotenheid van de studeer- en experimenteervertrekken der geleerden ten volle in de openbaarheid der samenleving en men kan dit binnentreden terecht een „joyeuse entree" noemen. In Nederland was het o.a. „de geleerde wijsgeer Desaguliers" die, „paarende zijn uitmuntende handigheid in het doen van proeven met een weergaloze welsprekendheid", zoveel belangstelling voor deze „Goddelijke wetenschap" wist te wekken, dat „Lieden van allerlei Rang en Beroep, ja Juffers zelve, zijne lessen met een zonderlinge graagte bijwoonden en daardoor in Liefde en Hoogachting voor deze nutte wetenschap ontstoken werden". Het was deze geestdriftige belangstelling bij de niet geletterde kringen der samenleving, die de natuurkundigen er toe bracht de vruchten van hun onderzoek in de landstaal den volke aan te bieden „opdat van deze vrucht de schrandere Landgenooten,.... door taalgebrek niet werden uitgesloten". De Landgenooten bewezen niet alleen hun dankbaarheid door zulke fraaie gedichtjes, als waaraan de geciteerde regels zijn ontleend, maar evenzeer hun schranderheid door de oprichting van Genootschappen, die zich niet alleen de beoefening der „vermakelijke natuurkunde" ten doel stelden, maar ook de bevordering van de nieuwe proefondervindelijke wijsbegeerte ten behoeve van het algemeen belang. „Door de bevordering en volmaking der proefondervindelijke wijs-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 332

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's