Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 129

2 minuten leestijd

ASPECTEN VAN DE DOOD IN DE GENEESKUNDE

101

ding van het publiek wel als een nachtmerrie-achtige verschijning rondwaart, huiveringwekkende associaties met „levend begraven worden" met zich voerend. Griezelige histories over dit thema zal ik hier voorbijgaan en mij beperken tot enkele meer zakelijke opmerkingen. In het voorgaande werd reeds gewezen op in principe reversibele of herstelbare storingen in de functionele samenhang van het organisme, welke dit dan in de toestand van schijndood brengen. De zekerheid deze situatie voor zich te hebben gehad, verkrijgt men uiteraard eerst door de herleving van het individu, spontaan — wat uitermate zelden zal voorkomen — of na toepassing van kunstmiddelen. Voorbeelden van herstel uit een phase van schijndood, voorafgaande aan de dood, zag ik indertijd bij honden tijdens mijn onderzoekingen over de behandeling van het acute levensgevaarlijke bloedverlies, waarvan de eerste resultaten in 1934 werden gepubliceerd. Door een intraveneuse infusie — bij voorkeur van een 0,9 % keukenzoutoplossing — werden honden, die een zonder behandeling zeker dodelijk bloedverlies hadden ondergaan, gered. Enige malen moest na de verbloeding van het dier de diagnose „dood" worden gesteld. De intraveneuse infusie deed de dieren echter herleven, waarmede deze diagnose gewijzigd diende te worden in „schijndood". Een humaan-klinisch pendant van deze proeven wordt bijvoorbeeld gevonden in een geval van de Amerikaanse medicus Elmer Hess, dat deze mij meldde naar aanleiding van één mijner publicaties over het levensreddend effect van de intraveneuse inspuiting van keukenzoutoplossing bij het acute levensgevaarlijke bloedverlies. Elmer Hess werd naar een hotel ontboden om een man te zien, die zich grote vaten van hals en polsen had doorgesneden en die in werkelijkheid leeggebloed was. De „coroner", de officiële lijkschouwer, die toch wel enige ervaring op dit gebied zal bezitten, had de man reeds dood verklaard. Hess liet het slachtoffer naar een ziekenhuis vervoeren, bond de vaten af en gaf een intraveneuse inspuiting van 0,9 % keukenzoutoplossing. Tot verbazing van iedereen zag men de man, bij wien vóór de infusie geen pols te voelen of hartslag te horen was, herleven en na twee weken kon hij het ziekenhuis verlaten. Natuurlijk is deze mens niet dood geweest, maar slechts schijndood, doch hier heeft deze situatie dan betrekkelijk lang bestaan. Dit geval demonstreert duidelijk dat een toestand van klinische schijndood zich soms geruime tijd kan voortzetten. Uit deze en dergelijke ervaringen volgt dat men reddingspogingen niet te gauw mag staken of geheel als illusoir beschouwen. De geldig-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 129

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's