Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 329

2 minuten leestijd

OPENINGSREDE VIERDE CONGRES

271

trouwen aan de principiële geschiktheid van 's mensen geest om de natuur te leren kennen en aan de betrouwbaarheid onzer zintuigen. De gelovige zal aldus niet in agnosticisme vervallen, al is de grootheid van de werken van den Schepper zo, dat veel ondoorgrondelijk blijft. Anderzijds ontneemt de Bijbel aan de wetenschap alle zelfgenoegzaamheid, zij maant integendeel dagelijks tot bescheidenheid, herinnert haar aan haar grenzen en aan de misplaatstheid van elke poging om vanuit eigen denken en resultaten, autarch, een wereld-, levens- of zelfs Godsbeschouwing te ontwerpen. Omgekeerd kan ook de natuurwetenschap de theologie tot bescheidenheid roepen. Het is toch ook door haar ontwikkeling, dat opvattingen, eeuwenlang onder de aegide der theologie als fundamentele Bijbelse waarheden beschouwd, en niet alleen door theologen, maar ook wel door Christelijke natuuronderzoekers met ware geloofsijver verdedigd, tenslotte toch moesten worden losgelaten. Men was soms lang overtuigd de waarheid van den Bijbel met vuur tegen het ongeloof te moeten verdedigen in stellingen, die op den duur niet konden worden gehandhaafd en uiteindelijk moesten worden prijs gegeven. Zo is de verhouding tussen theologie en natuurwetenschap, waarop onze statuten implicite zinspelen, er dikwijls één i^an antagonisme geweest; ze blijft er één van spanning, die alleen vruchtbaar is, wanneer ze het dialectisch karakter, dat haar eigen moet zijn, behoudt: het gesprek tussen theoloog, natuuronderzoeker en arts moet steeds voortgang hebben. En zo blijft dus een bezinning op onze taak, niet alleen wat betreft haar omvang, maar ook wat haar wezenlijk karakter aangaat, voortdurend nodig, en ook daaraan moet dit Congres dienstig zijn. Darom ook is onze ontmoeting op dit Congres er tenslotte ook tot onderlinge opwekking. Het is immers niet alleen de bezinning op de fundamentele relatie van de Bijbelse boodschap tot de wetenschap, die voortdurend aandacht vraagt, maar daarna niet minder een bezinning op de vele grote problemen, door de natuurwetenschap en de geneeskunde gesteld, zonder dat zij ze kunnen en mogen oplossen. En daarbij komt dan nog die toepassing dezer wetenschappen op het sociale leven, die zowel voor de natuurwetenschap als voor de geneeskunde benauwende vragen opwerpt. De ontsluiting van de atoomenergie opent beklemmende mogelijkheden en perspectieven, en voor de geneeskunde dreigt de spiritualiteit van den mens, en al wat daarmede samenhangt, te worden opgelost in de heftige natuurlijkheid van zijn biotisch zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 329

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's