1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 65
HET ONTSTAAN VAN HET LEVEN OP AARDE
45
Het materiaal voor de nieuwe virus-lichaampjes wordt ontleend aan de gastheercel. Winkler noemt vira daarom „losgeslagen noraiale eenheden uit bacteriën", dus ook volgens hem blijkbaar niet-levend. Men duidt de bo\'enstaande vermeerdering aan als autocatalytische identieke redupliclatie of splitsingsreduplicatie. Maar de mutaties dan, zijn deze geen levensuitingen? Men kent genen-mutaties, hetzij spontane of kunstmatig verwekte door middel van stralen of anderszins. Door ontplooiing komt het overeenkomstig kenmerk van het levend wezen tot uiting, een erfelijk kenmerk, dat tot stand komt binnen het beloop der reacties van het organisme. Niet aldus bij het virus; hierbij geen manifestatie als bij een genen-mutatie, geen ontplooiing, maar een, zij het dan een gewijzigde, ziekelijke verandering. Virus-andoeningen zijn niet erfelijk. Men doet daarom beter, een dergelijke wijziging van een virus niet aan te duiden als een mutant, maar als een variant, b.v. als Röntgenvariant in geval van de inwerking van Röntgen-stralen. Deze kunnen ook een zekere bestendigheid aan de dag leggen. Of men daarom terecht kan spreken van genetica der vira? Genetica heeft tot domein het levend wezen. Voor hem, die het vinis als nietlevend opvat, vallen de hoedanigheden ervan, ook indien deze bestendig blijken te zijn bij vermeerdering, buiten het gebied der genetica. Het zijn louter stoffelijke veranderingen, tei'wijl het leven supra-physisch is. Ook de gegevens aangaande vira, zo meen ik uit het voorafgaande te kunnen opmaken, brengen ons niet nader tot de oplossing. Zij vallen immers binnen de levenloze stof en vormen geen brug naar de levende natuur. En ook voor degenen, die daarin „reeds" het leven aanwezig zien, blijft de vraag open. Immers dan is het vraagstuk verschoven en vraagt het ontstaan van het virus om een antwoord. De vraag is nu: Hoe moet dit anttooord dan wèl luiden omtrent het ontstaan van het leven op aarde? Het leven is een eigen stoffelijke zijnsvorm, wezenlijk verschillend van de stof zonder meer, het is een novum. Voor de verklaring van het ontstaan ei-van schiet de ervaring te kort; van uit een empiristisch standpunt is het antwoord niet te geven. Wij zien in de natuur entropie, d.i. desintegratie, neergang naar de chaos, maar óók orde en doelmatigheid. Een doelmatig bewerkt voorwerp b.v. van vuursteen, zodat er een werktuig is ontstaan, getuigt voor iedereen van de menselijke geest,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's