Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 178

3 minuten leestijd

142

J. W. BRUINS

wordt het slijmvlies uitgestoten, waardoor een bloeding optreedt. Indien nu deze menstruele cyclus regelmatig optreedt, kan men, door berekening van een gemiddelde, de tijd van de ovulatie benaderen. Ogino (15) was nu in staat, aan de hand van een groot aantal patiënten, mede gecontroleerd aan de operatietafel (rijpe of gebarsten follikels (ovulatie) (of aantonen dat de ovulatietermijn voorbij was (aanwezigheid van het z.g. gele lichaam) waarschijnlijk te maken, dat de uitstoting van de rijpe eicel optreedt in de termijn van de 16de tot de 12de dag vóór de komende menstruatie. Andere onderzoekers bleken later in staat deze bevindingen te bevestigen i). Heeft men dus geen directe aanwijzingen, zoals ovulatiepijnen, lichte temperatuursverhogingen, uitwendige vaginale verschijnselen e.d., dan zal men de optimum bevruchtingstermijn, zoals Holt deze noemt, moeten vaststellen aan de hand van de menstruele cyclus. De eerste dag van deze termijn is dan de kortste cyclus min 15, de laatste dag de langste min 13. Zijn de meest voorkomende cycli b.v. 28, 29 en 30 dagen, dan valt de optimale temiijn tussen de 13de (28—15) en de 17de (30—17) dag. Gedurende deze vruchtbare tijd zullen er dus in het huwelijk enkele samenlevingen moeten plaats vinden, wil men de grootste kans lopen, dat deze beloond worden met een zwangerschap. Precies hetzelfde geldt van de kunstmatige inseminatie, die tot doel heeft bevruchting te bewerkstelligen buiten de coitus om. Guttmacher komt tot dezelfde dagen (ongeveer) door een enigszins andere berekening. Hij neemt het gemiddelde van 6 cycli, deelt dit door 2 en trekt er 2 af. Dit is dan de eerste dag, die met de 2 volgende de meeste kansen van bevruchting geeft. Is dus het gemiddelde 28 dagen, dan is de eerste dag, waarop kunstmatig wordt geïnsemineerd (28/2) — 2 = 12. Op de 12de, 13de en 14de dag wordt dan geïnsemineerd. Lukt het niet, dan neemt men de volgende maand de 11de, 13de en 15de dag (Farris). Bij de 35 positieve gevallen van Guttmacher was het als volgt gegaan : 16 vrouwen werden in de eerste maand zwanger, 12 in de tweede, 1 in de vierde, 3 in de vijfde en 1 in de zes maand. Alle werden 3 keer per maand geïnsemineerd. Swaab insemineert eens in de 2 a 3 dagen en 1 tot 3 keer per cyclus. Lang niet altijd heeft de handeling in de eerste maand succes, over het algemeen is na 4 maanden ongeveer de helft der vrouwen in positie, terwijl 20—30 7o der gevallen ook na langer voortzetten van de inseminaties (l^—l jaar) geen succes oplevert (bl. 136). ^) Farres heeft uitgebreide proeven genomen met ratten, die hij opereerde op het moment dat hij de ovulatie vermoedde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 178

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's