1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 199
JURIDISCHE ASPECTEN BIJ KUNSTMATIGE INSEMINATIE
163
gespiegeld, die niet bestaat? Mag, wat toch wel een der meest fundamentele mensenrechten i s : te weten, aan wie men ontsproten is, opzettelijk onmogelijk worden gemaakt? Men voelt, slechts voor een gering deel zal in de positieve wetgevingen een antwoord op dergelijke vragen gevonden kunnen worden. En als het al kan, dan zal er nog aanzienlijk verschil in die antwoorden zijn, al naarmate de concrete rechtsstelsels, hoezeer ook van dezelfde grondprincipes uitgaande, verschillen in de aanwending van de middelen om deze hoog te houden. Zo valt in vele rechtsstelsels in het burgerlijk recht het zwaartepunt op het grote maatschappelijk belang rechtszekerheid te scheppen ten aanzien van de status van het gedurende huwelijk geboren kind. Daartoe wordt de mogelijkheid tot ontkenning van het vaderschap van een uit een gehuwde vrouw geboren kind, tot het uiterste beperkt. Zo ten onzent, iets minder stringent in Frankrijk; zo ook in de Verenigde Staten. In Engeland daarentegen valt het zwaartepunt op de werkelijke afstamming. Men wil bovenal voorkomen, dat een kind van een gehuwde vrouw, in werkelijkheid niet gesproten uit de echtgenoot, zal doorgaan als diens nakomeling. De man der moeder die een kind, waarvan hij niet de werkelijke vader is, doet registreren op zijn naam, maakt zich schuldig aan een misdrijf waarop tot 7 jaar gevangenisstraf staat. In een aantal staten moet de geboorteacte mede ondertekend worden door de arts. Bij heterologe inseminatie maakt hij zich dan schuldig aan een frauduleuze voorstelling van zaken. Wanneer hieraan, gelijk wel geschiedt, getracht wordt te ontkomen, door de vrouw die zwanger is geworden tengevolge van k.i.d. *) voor behandeling en verlossing naar een andere arts te sturen, dan geeft de tweede medicus onwetend de valse voorstelling, welke de eerste opzettelijk zou hebben moeten geven, en de eerste heeft hierop bovendien gespeculeerd. Terecht hekelt de vroegere directeur van de gynaecologische universiteitskliniek te Tubingen, A. Mayer, de houding van vele zich met heterologe inseminatie inlatende medici, een houding, waarbij men de ogen sluit voor tal van aan k.i.d. inhaerente aspecten, die toch niet buiten beschouwing mogen blijven : „ . . . . alsob wir Aerzte nicht auch Staatsburger waren, die an diesen Dingen interessiert sein mussen" •*). Dit is nog zwak gezegd. Er ligt een verantwoordelijkheid ook in ethisch-juridisch opzicht, welke velen zich niet realiseren, anderen *) Voor kunstmatige inseminatie met medewerking van een donor wordt hier en in het vervolg de afkorting k.i.d. gebezigd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's