1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 314
260 gesteld mogen worden) Over de betekenis van de matei iele inhoud heb ik boven reeds iets gezegd Het is uiteiaard niet doenlijk op die inhoud u'tvoeng m te gaan We zouden er om te beginnen het positieve en het negatieve m kunnen onderscheiden Het negatieve neemt e^n giote plaats m Voortdurend wordt gewezen op „gevaren", worden misvattingen geclassificeerd, worden etiketten gegeven met alleilei -ismen er op (Eéngeluk is hieibij, nl dat ei niet uitvoerig gerefcieerd en met veel woorden gepolemiseerd wordt, zoals zo veel m wijsgeiige boekon geschiedt De vonn ssen /ijn koi c en krachtig) Wat de positieve inhoud betreft IS de schrijvei m i (voorzover ik het kan booordelen) het best als hij het terrein van de taalkunde (hij is van afkomst filoloog, of beter linguïst) of dat van de theologie raakt Hij maakt een scherp onderscheid tussen ,cultus", als zijnde functioneel (modaal bepaald), en religie, die praefunct'oneel (centraal en transcendentaal) IS Eigenlijk gaat hij nog verder niet alleen het cultische van het mensenleven, maar ook het geloof, als relatie van de mens tot Gods woord openbaring, deelt hij m bij het modaal bepaalde Ik kan hem hieim met volgen Dit neemt met weg dat hij m de discussie met de theologie en als het gaat over kerk en Bijbel waardevolle dingen /egt — Over de dood zegt hij weinig, over ziekte spreekt hij niet Het ramst geslaagd is wat hij over de luimte en de verhouding van ruimte en tijd zegt Het zij me vergund weer een paar citaten te geven, immers, behalve de zakelil ke inhoud van het gezegde, is hier een ,,ton, qui fait la musique", en ik wüde U graag wat van die muziek bij het gezegde laten horen In § 21 lezen we „Zo kan een opvatting van de ruimte m strijd komen met wat we weten kunnen op grond van het doorzoeken der ziel De physicus kent geen andere dan de physische ruimte, de kosmoloog ziet zonder moeite m dat de physische ruimte niet de enige en met de oorspronkelijke is er zou geen physische ruimte kunnen zijn indien de ruimte_zelf er niet was De
BOEKBESPREKING fout schuilt dus hier, dat de physicus ertoe neigt een physische stelling tot kosmologische stelling te veiheffen — en daardoor zijn vakwetenschap m discrediet te brengen, want vroeg of laat wordt de veigissing natuurlijk openbaar en wordt de schuldige er op aaiitjezien De oiigmaire ruimte ,,bestaat" wel degelijk ' En m § 71 (bij de bespreking van het temporele moment) . „De luimte-zelf is het veld van onderzoek voor de „abstracte" geometrie, zowel de euclidische als de niet-euclidische De ervaring leeit, dat deze gedachte bij de vakphysicus steeds op verzet stuit Dit zegt veel, maar niet alles behalve de typisch vaktheoretische „instelling" kan ook de geschiedenis van het betrokken vak en een onvoldoende verantwoorde sympathie voorgangbare wijsgeiige beschouwingen (die door de vaktheoreticus zelden m hun philosophische betekenis worden doorzien) hinderlijk optreden Tegenover dit verzet zij gewezen op een ander het naïeve kennen handhaaft hardnekkig het werkelijk bestaan van de ruimte-zelf, ook tegen alle vaktheorie m, en men naoet zich eeist een weinig door knapheid on. geschikt gemaakt hebben, aleer men rust vmdt m de waan, dat de ruimte-zelf ,,alleen maar door de wiskundige gedacht wordt" "Tussen twee haakjes ik kan met nalaten me af te vragen, welke droevige ervaringen prof Popma wel heeft gehad met de natuurkunde, dat hij zo boos IS op haar beoefenaren? Doch ter zake Of neen, dat zou hier te ver gaan Ik wil wèl nog even vermelden waarin volgens de schr. de ruimte-zelf bestaat (§ 69) „De origmaire (oorspronkelijke) ruimte \d 1 de ruimte zelf, vgl § 21, 2e helft) bestaat nl modaal daarin, dat m de ruimte alle punten m volstiekte gelijktijdigheid gegeven zijn BIJ deze stelling is onze oorspronkelijke ruimte-idee ondersteld Uit de aard der zaak heeft het woord „gelijktijdigheid" hier modaal ruimtelijke iDetekenis " Dit zegt mij zó weinig, aat ik er verder geen commentaar op zal geven. Wel zal ik dat echter doen op schrijvers uitspraak (betreffende de verhouding van tijd en ruimte) dat de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's