Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 117

2 minuten leestijd

ASPECTEN VAN DE DOOD IN DE GENEESKUNDE

89

Het meest bekende voorbeeld hiervan levert het hart, dat — na de dood van het gehele organisme uit het lichaam genomen — bij een bepaalde behandeling (doorstroming met een physiologische vloeistof) weer tot kloppen kan worden gebracht en dit tamelijk lang kan volhouden. Voigens de literatuur kan dit bij konijnenharten zelfs gelukken 2 tot 4 dagen na de dood, terwijl menselijke harten 30 uren na de dood nog tot kloppen waren te brengen buiten het lichaam. Een sinistere vermaardheid hebben proeven met geguillotineerden gekregen, bij wie 13 of 14 uren na de terechtstelling het hart tot hernieuwde werkzaamheid was te bi-engen, welke uren aanliield. Ook ander spierweefsel, uit een klaarblijkelijk dood lichaam genomen, bleek geruime tijd te blijven contraheren bij prikkeling, en de wimpers van het trilhaar-epitheel kan men nog een tijdlang bewegingen zien uitvoeren. in deze en andere gevallen blijken in afzonderlijke delen van het lichaam nog levensuitingen te worden waargenomen, wanneer het gehele lichaam met recht voor dood geldt. Het schijnt dus dat het moment van de dood niet scherp gemarkeerd is. In de literatuur vindt men dan ook wel de opvatting verdedigd, dat eerst bij volledige stilstand van elke levensactiviteit in elk afzonderlijk deel van het lichaam, dit lichaam als dood dient te worden beschouwd. Naar mijn mening moet echter het moment, waarop de functionele samenhang der delen tot een geheel irreversibel is verbroken, als het tijdstip van de dood worden aangezien. Het is immers die functionele samenhang in het geheel, welke dit geheel tot organisme maakt. Het organisme als zodanig is er niet meer en is dus dood, wanneer die samenhang irreversibel verloren is. Inderdaad is er, wanneer de dood eenmaal een ingangspoort in een voor het voortbestaan onmisbaar onderdeel heeft gevonden, een geleidelijk afsterven der overige delen. Maar dit afsterven vangt eerst aan, nadat de functionele samenhang van het geheel is verbroken. Daarmede wordt dit hoofdzaak en het andere bijzaak. Met opzet heb ik van een irreversibel verlies van de functionele samenhang gesproken. Het is namelijk denkbaar dat een in principe reversibele verstoring, waarbij de slagschaduw van de dood reeds over het lichaam valt, aan een irreversibel verlies kan voorafgaan. En het is mogelijk dat een zodanige storing in de functionele totaliteit optreedt, dat het individu het doodsaspect krijgt, maar welke storing reversibel of herstelbaar is, zodat het lichaam niet dood is, maar dood

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 117

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's