Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 170

2 minuten leestijd

MEDISCH-GENETISCH ASPECT DER KUNSTMATIGE INSEMINATIE BIJ DE MENS *) door J. W. BRUINS

Uw Besturen hebben ons een onderwerp ter bestudering en bespreking opgegeven, dat de raakvlakken belicht van biologie, ethiek en jurisprudentie. Bevruchting en vooitplanting zijn bestaansvoorwaarden voor alle leven op aarde en de mens maakt hierop geen uitzondering. Vandaag hebben wij te besprekeia de kunstmatige inseminatie, die tot doel heeft, buiten de natuurlijke weg om, te komen tot een bevruchting. In tegenstelling tot het dier, v/aar de kunstgreep ook om materiƫle redenen wordt uitgevoerd, kan men bij de mens de handeling niet verrichten, zonder ernstig rekening te houden met de beperktheid van het huwelijk, dat in de christelijke zedeleer als monogaam wordt aangekondigd. Noch de moraal-philosoof, noch de jurist zal echter van zijn standpunt een juist inzicht in deze zaak hebben, indien hij niet op de hoogte is met het biologisch gebeuren, al zal, wegens het gemengd karakter van het auditorium, de inlichting hierover enigszins summier moeten geschieden. Na even een blik in de historie te hebben gegeven, zal ik, in de korte tijd, die ons is gegeven, schematisch iets zeggen over de techniek van de ingreep, waarbij ook de endocrinologie om de hoek komt kijken. Tenslotte zal ik dan graag ook even stilstaan bij de anthropogenetica, enerzijds omdat, naar ik meen, in de litteratuur deze belangrijke facet onvoldoende belicht is, anderzijds omdat ik dan een terrein betreed, waarop ik mij enigermate thuis voel. Ieder der onderdelen levert voldoende stof voor een volledig referaat en dan is het nog de vraag of het geheel voldoende biologisch uitgediept zou zijn. Ik bedenk mij, dat er ook nog wel psychologisch en paedagogisch het een en ander te zeggen zou zijn, maar misschien *) Voordracht gehouden in de gecombineerde vergadering der Christelijke Vereniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland (Medische Sectie) en der Calvinistische Juristenvereniging op 11 februari 1956 in Hotel des Pays-Bas te Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 170

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's