1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 119
ASPECTEN VAN DE DOOD IN DE GENEESKUNDE
91
en verdwijnen. Hier staat de dood in dienst van het leven. Zo zien wij dat er voortdurend dood in ons is, steeds sterft een deel van ons. De dood is zo finaal voor het object van hun handelen, dat de physioloog en de arts — wier practische werkzaamheid zich meer richt op het levende, respectievelijk op het behoud van het leven — in het verband van ons vraagstuk een bijzondere affiniteit koesteren voor „grenstoestanden" tussen leven en dood. Dergelijke situaties, waarin het leven tegen de schijn in nog aanwezig is, willen wij thans bespreken. Tal van levende v/ezens kunnen gedurende een kortere of langere periode in een toestand verkeren, waarin kenmerkende levensverschijnselen en levensuitingen geheel of gedeeltelijk zijn verdwenen, terwijl deze daarna weer volledig worden vertoond. Het levende stelsel verkeert hierbij in een toestand van rust, variërend van relatieve tot volstrekte rust, welke zeer lang kan duren. Sommige dezer rusttoestanden lijken op een langdurige slaap met sterke beperking der levensuitingen. Een voorbeeld hiervan is de winterslaap. Deze soort retraite-situaties van het levende worden gekarakteriseerd door een diepe depressie van de stofwisseling en men heeft hier te doen met een vermindering van de levensprocessen. Wij kennen echter ook andere rusttoestanden, waarbij de vermindering van de levensfuncties zo sterk is, dat van levensverschijnselen niets meer te merken is. Hier presenteert het levende zich in de toestand van ,,schijndood". Deze term gebruik ik als verzamelnaam voor verschillende toestanden, welke gemeen hebben dat het levende daarbij het aspect heeft van dood te zijn. Een bekend voorbeeld van een bepaalde vorm van schijndood wordt gevonden in de zaden van planten. Uiterlijk lijken ze dood, maar dat is slechts schijn en wij hebben hier met een schijndood te maken. Zo op het oog is er geen onderscheid te zien tussen een levende en een dode zaadkorrel, maar toch bestaat er een wereld verschil tussen beide, want de dode behoort tot het rijk der dode dingen, de levende tot dat der levende wezens en alleen de levende kan tot ontkieming komen. Op goede gronden wordt aangenomen dat in de levende zaadkorrel nog levensprocessen gaande zijn, echter tot uiterst minieme proporties tevuggebracht en terend op de voedselreserves. Zijn deze tenslotte opgebruikt, dan sterft de zaadkorrel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's