1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 128
100
A. W. J. H. HOITINK
tracht men bij deze methode de physiologische tegenregulaties van het organisme tegen de „shock" te onderdrukken, terwijl er tot nog toe steeds naar werd gestreefd die te versterken. Als physioloog is het mij niet gemakkelijk te geloven dat de afweerreacties van het organisme tegen bedreigingen van zijn existentie niet doelmatig zouden zijn. Deze te versterken is mogelijk onjuist, maar dit wil nog niet zeggen dat wij ze moeten remmen of uitschakelen; er rest nog de mogelijkheid die afweer ongestoord zijn gang te laten gaan in het kader van een behandeling. Meer zou ik daarom eventueel voelen voor een hypothermie in een narcose, welke het vegetatieve gebeuren juist zoveel mogelijk intact laat en het de kans geeft in de gegeven omstandigheden optimaal plaats te grijpen, ongestoord door interferenties vanuit hogere hersen-centra en de sfeer van het bewustzijn. Naast gunstige ervaringen worden steramen van ernstige critiek vernomen. Het vraagstuk van de „kunstmatige winterslaap" bevindt zich naar mijn mening nog in het experimentele stadium en een afgerond oordeel laat zich voorlopig niet geven. Verder onderzoek is nodig en daarbij zal mijns inziens het centrale doelmerk moeten zijn het vaststellen of inderdaad het organisme tijdens een kunstmatige winterslaap of gedurende een hypothermie beter bestand is tegen beschadingen. Aanwijzingen hiervoor bestaan, in het bijzonder wanneer wij het oog richten op de natuurlijke winterslaap, welke overigens niet direct vergeleken raag worden met de kunstmatige. Reeds in de oudere literatuur zijn mededelingen te vinden over een vergrote weerstand tegen vergiftigingen tijdens de natuurlijke winterslaap en resultaten van recente Amerikaanse onderzoekingen wijzen op een vergrote resistentie tegen Röntgen-stralen. In verband met onze bespreking zijn de hypothermie en de kunstmatige hibernatie bijzonder belangwekkend, omdat door middel van deze methodes toch in feite gepoogd wordt het organisme in de richting te drukken van een „vita minima", waarbij dan met enige grond wordt aangenomen dat een zekere indifferentie tegenover beschadigende factoren bestaat. Het interessante hierbij is vooral, dat getracht wordt om door een vermindering van de levensprocessen de dood te weren. In het verband van mijn verhaal over verschillende graden van reductie der levensprocessen en over phenomenen van schijndood, wil ik ook nog wijzen op die vorm van schijndood, welke in lekenkringen een beruchte vermaardheid heeft verworven en welke in de verheel-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's