Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 120

2 minuten leestijd

92

A. W. J. H. HOITINK

In dit voorbeeld en in andere gevallen hebben wij te doen met een „vita minima", waarbij de levensprocessen tot het uiterste gereduceerd en vertraagd zijn, en waarbij het levende zich onder het aspect van schijndood aan ons presenteert. Onder bepaalde omstandigheden doet zich echter een situatie van schijndood voor, waarbij wij wel moeten aannemen dat de levensprocessen tijdelijk geheel tot stilstand zijn gekomen, Deze conclusie is zo merkwaardig en de gegevens, waarop zij gegrond is, zijn zo interessant en van een dermate grote betekenis voor onze visie op het levende — en ook op de dood —, dat ik hier enkele van de verzamelde feiten naar voren wil halen. Zo werd de overleving van lagere planten en dieren na uitdroging geconstateerd. Met enige nationale trots mogen wij vaststellen dat een Nederlander een derg;elijk gebeuren heeft ontdekt en beschreven. Het was de beroemde Nederlandse onderzoeker Antoni van Leeuwenhoek, die in het jaar 1719 in een van zijn vele brieven aan de Royal Society te Londen mededeelde te hebben waargenomen, dat rad erdiertjes na een uitdroging van 5 maanden weer opleefden bij bevochtiging. Deze merkwaardige en opzienbarende ontdekking werd later door andere onderzoekers bevestigd en uitgebreid met soortgelijke waarnemingen bij andere levende wezens. In dit verband en als vervolg op ons verhaal over de zaadkorrel, is het interessant te vermelden dat een volkomen gedroogde zaadkorrel, bewaard in een atmosfeer van stikstof, haar kiemkracht zou behouden, naar men wel aanneemt voor onbeperkte tijd. Het lijkt voorlopig echter veiliger hier te spreken van „vrijwel onbeperkte tijd". Naast de waarnemingen bij uitdroging beschikken wij over reeksen van observaties betreffende de overleving na bevriezing. Omstreeks het begin dezer eeuw werpen zich onderzoekers op dit probleem en het is opmerkelijk dat zulks in de laatste jaren weer het geval is. Ook een vraagstuk kan kennelijk bevriezen om daarna weer volledig levend voor ons te staan! Uitgaande van mededelingen in de toenmalige literatuur over waarnemingen van het weer opleven van in de winter gevonden totaal bevroren dieren, heeft Preyer zich aan een experimenteel onderzoek van deze kwestie gezet, waarvan de resultaten in 1890 wereldkundig werden gemaakt. Preyer toonde aan, dat men kikvorsen door en door kan laten bevriezen en dat deze dieren na ontdooien dan toch kunnen „herle-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 120

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's