1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 200
164
F. T. DIEMER—LINDEBOOM
welbewust terzijde schuiven. Een ernstig voorbeeld van dit laatste gaf destijds, in 1945, het British Medical Journal, toen dit orgaan schreef : „The couple are informed that the child will be legitimate if the husband is registered as the father; such registration is demanded although it constitutes an offence" (!). Tien jaar later bleek het blad heel wat voorzichtiger. Dan wordt gewezen op de grote risico's aan k.i.d. verbonden, op de feitelijke onwettigheid van het kind, het strafbare van frauduleuze registratie op naam van de man, het ontbreken van erfrecht van diens kant. Tevens wordt er op gewezen, dat sommige autoriteiten van oordeel zijn, dat de rechtbank k.i.d. van de zijde van de vrouw, en van de zijde van de donor, als hij gehuwd is, mogelijk als echtbreuk zal beschouwen. En dat de donor onder omstandigheden ook wel voor alimentatie zou kunnen worden aangesproken. Ten onzent toont Swaab, die zich blijkens zijn artikel „de kunstmatige inseminatie met donorsperma" in het Ned. Tijdschrift voor Verloskunde en Gynaecologie *) in zijn practijk met k.i.d. bezighoudt, terecht grote aandacht te hebben voor psychologische facetten naast de medische. Maar met de juridische problematiek komt hij al te gemakkelijk op zuiver formalistische wijze klaar. Hij stelt zich tevreden met te constateren, dat, waar naar ons B. W. de regel geldt: „het kind staande huwelijk heeft de man tot vader", er dus weinig moeilijkheden in deze te verwachten zijn. Ook is het voor hem vanzelfsprekend, dat de beslissing tot al of niet toepassing van k.i.d., behalve ten aanzien van R.K. echtparen, ligt bij de medicus. Swaab realiseert zich niet voldoende, dat door een succesvolle inseminatie een biologisch proces in gang wordt gezet met een draagwijdte welke de arts nooit kan overzien, en waarvoor hij dan ook de verantwoordelijkheid niet op zich kan nemen. Dat houdt hiermee verband, dat de handeling, die verricht wordt, een „Realakt" is, die een samenhang vertoont met alle werkelijkheidsaspecten, en niet gerelativeerd kan worden tot een therapeutische ingreep. De totaliteit van het mensenleven in zijn diepste wortels en veelzijdige functies, en de grondslagen van de natuurlijke samenlevingsverhoudingen zijn in het geding. Het zicht daarop is beslissend voor wat in materiële zin ten deze als rechtmatig wordt beschouwd. Het is zeker niet te sterk gezegd, dat elke bestaande wetgeving, welke opvatting men ten aanzien van k.i.d. ook aanhangt, onbevredigend is. De richting waarin wijziging gewenst wordt, zal verschillen *)
1955, afl. 2.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's