1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 346
288
G. J. SIZOO
stemmen die wijzen op de hiermede verbonden gevaren voor de vrijheid en onafhankelijkheid van het zuiver wetenschappelijk onderzoek, waarvan de universiteiten zich nog altijd de aangewezen hoedsters achten, beginnen niet ten onrechte steeds luider te klinken. Het komt mij voor dat aan het dogmatisch poneren van vrijheid en onafhankelijkheid van de zuivere wetenschapsbeoefening enige reminiscenties van negentiende-eeuws rationalisme en liberalisme niet vreemd zijn. Ik wil echter niet ontkennen, dat de vraag hoe de eigen geaardheid van de wetenschappelijke bezigheid tot haar recht kan komen in een samenleving, waarin de zuurdesem der organisatiegedachte haar werking op elk terrein, nu ook op dat der wetenschap zelf, doet gevoelen, zeer zorgvuldige overweging verdient. In technische termen kan men zeggen dat het hier gaat om een probleem van terugkoppeling of terugvoeding: van het ene deelsysteem A gaat een werking uit op het andere deelsysteem B; de invloed, die het laatste hierdoor ondergaat, werkt via een terugkoppeling weer in op het eerste. Slechts door een juist uitbalanceren en op elkaar afstemmen van de hoofdwerking A —^ B en de terugkoppeling B —>• A, zal het systeem als geheel stabiel kunnen functioneren. Dat de invloed van de terugkoppeling in de verhouding wetenschap en samenleving thans zo sterk voelbaar wordt, hangt ten nauwste samen met de versnelde ontwikkeling der techniek onder de druk van de oorlog, waardoor het faseverschil tussen de voortgang van het wetenschappelijk onderzoek en de toepassing van de wetenschappelijke resultaten zo gering is geworden. Het heeft echter geen zin daarover slechts jammerklachten aan te heffen, maar het komt er op aan deze terugkoppeling in goede banen te leiden. Organisatie en administratie van research zullen niet kunnen en ook niet mogen worden geweerd van het wetenschappelijk erf, omdat ook daar ordening en coördinatie, mits met inachtneming der eigen geaardheid van het gebied, slechts ten goede kunnen werken. Naast het individuele creatieve vorsen, dat de wetenschap met nieuwe ontdekkingen verrijkt en dat door de ordening niet zal mogen worden verstikt, zal het dirigeren van onderzoek als wetenschappelijke bezigheid erkend moeten worden. Ik verwacht dat op den duur het Hoger Onderwijs in het belang van de wetenschap zelve met de behoefte aan dirigerende natuurkundigen bevvoist rekening zal moeten houden. In Nederland heeft men opzettelijk aan de Organisatie Z.W.O. voor het zuiver wetenschappelijk onderzoek een principieel ander karakter gegeven dan aan de Organisatie T.N.O. voor het toegepast weten-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's