Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 186

3 minuten leestijd

150

G. BRILLENBURG WURTH

kunstmatige inseminatie nooit door de gememoreerde r.k. argumenten daartegen bepaald kan worden. Wat zal, in plaats daarvan, bij ons dan, wat onze positiekeuze in deze betreft, doorslaggevend hebben te zijn? Me dunkt dat kan tenslotte niet anders zijn dan onze bijbels-reformatorische visie op de verhouding van huwelijk en procreatie. Of v/ij er goed aan doen in dit verband van goddelijke „scheppingsordeningen" te spreken, laten wij, als een misschien slechts voor de theologen interessant theoretisch discussiepunt, hier buiten beschouwing. Maar dit is in elk geval zeker, dat de Schrift huwelijk en procreatie in een onverbreekbaar verband ziet. Het huwelijk heeft weliswaar in de procreatie niet zijn eigenlijke doel; maar het is toch wel, als een twee-eenheid van man en vrouw, bestemd om tot de drie-eenheid van vader, moeder en kind uit te groeien. En in alle geval is het zo, dat procreatie buiten het huwelijk om niet maar alleen volledig buiten het gezichtsveld van de openbaring in de Schrift ligt, maar ook stellig tegen de diepste beginselen van wat de bijbel ons omtrent het huwelijk zegt ingaat. Een kind, zo leert ons de bijbel — en het is merkwaardig zoals de nieuwere anthropologische psychologie en paedagogiek (in Duisland Michel, in ons land vooral in de school van Langeveld) dat volledig bevestigt — is nu eenmaal kind van een vader en moeder 3). En het kan voor zijn normale ontwikkeling de binding aan de een zowel als aan de ander, aan de vader evengoed als aan de moeder, niet missen. Die binding is er voorts maar niet alleen een van ethisch-paedagogische aard. Het merkwaardige van het gezin is, o.a. volgens Dooyeweerd, dat het is een liefdesgemeenschap, maar gebaseerd op de band des bloeds *). De r.k. moraal-theoloog Hosten heeft in zijn interessante studie over de „Kunstmatige Inseminatie", zij het dan vanuit een natuurrechtelijke achtergrond, die wij niet voor onze rekening kunnen nemen, enige dingen gezegd, waarmee wij op zichzelf ons toch van harte kunnen verenigen, omdat ze o.i. zuiver-bijbelse gedachten weergeven. Hij wijst o.a. op het grote belang van de onverbrekelijke samenhang juist tussen de menselijke liefdedaad in de huwelijksgemeenschap en het ontstaan van het nieuwe leven. „Het vader-begrip", zo zegt hij terecht, „is rijker aan inhoud dan enkel maar het element van puur-biologische causaliteit". „Bestaat er geen natuurlijke generatie, dan is er ook geen natuurlijk vaderschap en zal het kind tenslotte komen zonder vader in eigenlijke zin". „Kunstmatige inseminatie", zo laat hij er op volgen, „is op de mens toegepaste zoötechniek.... de ene mens is dan zuiver de biolo-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 186

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's