Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 78

2 minuten leestijd

54

G. A. LINDEBOOM

scheiden. Na enige dochters, kreeg hij daar in 1822 zijn enige zoon, en met grote inspanning en zelfopoffering heeft de vader hem een goede opleiding trachten te geven. Een gevoel van dankbaarheid, eerbied en warme genegenheid bleef Louis dan ook zijn gehele leven bij ten opzichte van zijn vader. Op 16-jarigen leeftijd werd hij naar Besangon gezonden om zich voor te bereiden voor de Ecole Normale Supérieure te Parijs. Hij werd daartoe in 1843 toegelaten en verliet haar 4 jaar later als doctor in de scheikunde, om nu leraar te worden aan het lyceum te Dyon, de hoofdstad van het oude Bourgondië. Hij had toen al een vraagstuk opgelost, waarop de beroemde Duitse scheikundige Mitscherlich (1794—1863) zijn krachten tevergeefs had beproefd. Op de finesses kan ik niet ingaan. Ik volsta met een enkele aanduiding. Wijnsteenzuur is chemisch identiek met druivenzuur. Maar wijnsteenzuur draait het polarisatievlak, is optisch actief, en druivenzuur niet. Hoe is dit mogelijk? Door het verrichten van een minutieus en geduld vergend onderzoek, en het op logische wijze leggen van een verband tussen chemische, optische en kristallographische eigenschappen van het druivenzuur, toonde Pasteur aan, dat dit bestond uit twee optisch actieve componenten, wier kristallen eikaars spiegelbeeld waren en wier optische activiteiten elkaar ophieven. Hij concludeerde bovendien daaruit ook tot een asymmetrie van de moleculen dier beide stoffen. Zijn ontdekking was waarlijk geen toevallige vondst, maar vrucht van scherp waarnemen en streng denken, wat Mitscherlich ook volledig erkende, toen hij later tot Pasteur hierover zeide : „Indien Gij hebt vastgesteld, wat ik niet heb kunnen vinden, dan komt dat, doordat Ge geleid moet geweest zijn door een „idéé précongue"." In 1849 werd Pasteur benoemd tot hoogleraar te Straatsburg. Daar legde hij den grondslag van zijn zo gelukkig en rustig gezinsleven, door te huwen met de dochter van den Rector der Universiteit, professor Laurent. In zijn vrouw vond hij ook een onvermoeide steun in zijn steeds zwaarder wordende levenstaak. Lang bleef hij intussen niet in Straatsburg. Want in 1854 kreeg hij de benoeming tot hoogleraar en tevens tot decaan van de pas opgerichte Faculté des Sciences in Lille (Rijssel) in Frans Vlaanderen. Hier wierp hij zich op een ander probleem, waar hij reeds op gestoten was bij zijn studies over het wijnsteenzuur, namelijk de gistingsprocessen. In 1857 verschijnt zijn eerste studie over de fermentatie. Melk wordt zuur, uit druivensap ontstaat wijn, uit gerstennat bier,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 78

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's