1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 90
66
G. A. LINDEBOOM
religion dans la science est d'un esprit faux. Les deux domaines sont distinct et malheur a celui qui veut les faire empiéter l'un sur l'autre!" Het gaat er ons tlians alleen om zijn standpunt weer te geven, niet ons af te vragen, of deze strenge uitspraak (die trouwens alleen de experimentele wetenschap gold) wel te handhaven is, of zulk een strenge scheiding wel mogelijk is, of Pasteur er goed aan deed bij het binnentreden van zijn laboratorium de godsdienst aan de kapstok te hangen (iets waar in dit gebouw de vestiaire-ruimte, meen ik, niet op is berekend!). Overigens vraagt hij hier slechts eerbied voor de feiten, wanneer die werkelijk en wezenlijk zijn vastgesteld. En dan moet er aan herinnerd, dat aan godsdienstige overtuigingen het erkennen van feiten uit de natuurwetenschap soms moeilijk valt; men denke aan het draaien der aarde, en aan de ouderdom van onze planeet. Het is goed indachtig te blijven aan het woord : facta sunt verba Dei, feiten zijn ook woorden van God. Al zag Pasteur in de exacte natuurwetenschap een terrein waarin de godsdienstige overtuiging van den onderzoeker niet mede sprak en wij van hem gaarne aannemen, dat ook de keuze van het onderwerp hem niet door religieuze overwegingen was geïnspireerd — het lag immers volkomen in den lijn van zijn vroegere arbeid — toch kwam hij met overtuiging op tegen het positivisme, dat Auguste Comte in die dagen tot een wereldbeschouwing verhief. En toen hij in 1882 in den brillianten kring van Frankrijks Onsterfelijken trad, hield hij daar een indrukwekkende rede over het oneindige, l'infini, waarin hij het positivisme bestreed en betoogde, dat het menselijk denken altijd tot aan zijn uiterste grenzen voortdringt en zich afvraagt wat er aan gene zijde is. Overal vindt hij de uitdrukking van het oneindige in de wereld. — „Le surnaturel est au fond de tous les coeurs". De behoeften van het menselijk gemoed worden niet bevredigd door de wetenschap, maar door de godsdienst. „La notion et le respect de Dien arrivent a mon esprit par des voies aussi süres que celles qui nous conduisent a des vérités de l'ordre physique". Het zijn zeker eigenschappen van karakter en gemoed geweest, die Pasteur hebben gemaakt, tot wat hij uiteindelijk was. Een hoge mate van plichtsbesef, grote ijver, strenge discipline in denken en werken, onbaatzuchtigheid, M'aarheidsliefde, eerlijkheid, hulpvaardigheid en bewogenheid waren ten slotte de drijfveren, die een sterke geest in een zwak lichaam tot uiterste inspanning dreven. Zijn hart was vervuld met een grote liefde voor zijn medemensen in kleiner en groter kring.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's