1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 20
8
F. A. NOLLE
In de dagen van Boerhaave was dat reeds geheel anders. Comelis Love deelt mede, in zijn pogen om Boerhaave van de laster van Spinozist te zuiveren, dat de grote Leidenaar oen godvruchtig mens was, en daardoor een bekend spreekwoord uit die tijd logenstrafte. Deze spreekwijze luidde: „Tres medici, duo athei"; onder elke 3 medici zijn altijd wel 2 atheïsten. Met Boerhaave begint in het geneeskundig denken die omwenteling, die Virchow in zijn rede bij de herdenking van de Stichting der Berlijnse universiteit aldus heeft geformuleerd: „Der Uebergang aus dem philosophischen in das naturwissenschaftliche Zeitalter". En het is dit Cartesiaans Boerhaaviaans stramien waarop hebben voortgeborduurd Claude Bernard en Mendel, Virchow en Pasteur, Koch en Haeckel, Pawlow en de dieptepsychologie van Freud en Adier. Tot de consequenties hiervan behoorde de degradatie van de ziel tot transpiratie der hersenen, waardoor de psychologie een zielkimde zonder ziel was geworden, zoals ook de geneeskunst de eigenlijke mens als object had verloren naar de uitspraak van Naimijn : „Der Kranke interessiert mich gar nicht, mich interessiert nur der krankhafte Vorgang". Hiermede was de argwaan der kerk jegens de medische wetenschap, en dat is zeer begrijpelijk, bepaald. Wanneer voor het irrationele geen plaats meer is, wanneer de ziel tot functie der hersenen is gedegradeerd, wanneer de mens als een causaal bepaald mechanisme van alle verantwoordelijkheid is ontslagen, wat blijft er dan voor de theoloog nog te zeggen over? De mening echter dat in de gebedsgenezing, zoals die onder meer door Zaiss, Rev. Brown, Miss Richards enz. wordt gepropageerd, een middel zou zijn gegeven om uit de impasse te geraken die tussen artsen en zielzorgers is ontstaan, kan o.i. niet sterk genoeg worden bestreden. En wat de exegetische kwestie aangaat, het bijzondere geval doet zich voor, dat bijbels georiënteerde gebedsgenezers zich beroepen op bijbelteksten, die betrekking hebben op een tijd, waarin de geneeskunst nog geheel magisch religieus was georiënteerd. M.a.w. zij opereren met teksten, welke tegen de magie en dus horribile dictu, juist tegen hen zelf gericht zijn. Want het is waar, wat Thurneysen zozeer ad rem opmerkte: „Er is niets zo erg als geestelijke therapeuten, die evenals heidense medicijnmannen het geloof en het gebed willen gebruiken ter bereiking van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's