1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 24
12
F. A. NOLLE
zolang geleden, dat men in 4 jaar predikant kon worden, zonder ooit iets over psychologie te hebben gehoord. Dit heeft een geweldige toeloop naar de psychiater tengevolge gehad, zoals b.v. ook Jung door middel van een enquête aan het licht heeft gebracht. Men ging liever met zijn moeilijkheden naar de psychiater dan naar de zielzorger. En ter verklaring en verdediging vertelt Jung er dan bij: „Es hat auch nicht den Anschein, alsob der protestantische Seelsorger von Heute geniigend ausgerüstet ware, um dem gewaltigen seelischen Anspruch unserer Zeit zu genügen." Nu deze achterstand in de vorming der predikanten wordt ingehaald, krijgt het veelzeggende woord van Rümke perspectief. Sprekende over de psychische stoornissen van de gezonde mens, verklaart hij, dat het hem niet juist voorkomt, elk ongewoon gedrag, elk ongewoon innerlijk beleven, elke verslagenheid, elk onvermogen tot aanpassing, naar buiten en naar binnen, allerlei conflicten in werkverband of in huwelijk, allerlei collectieve conflicten onder te brengen in rubrieken, die als rubrieken van ziekte zijn opgesteld. De behandeling van deze stoornissen behoort volgens hem op de duur bij de psycholoog en de zielzorger. Maar, en nu kom ik terug op het bezwaar tegen Tournier, nu mag men de zaak ook niet radicaal omdraaien en aan de psychiater een otium cum dignitate toewijzen, door psychotherapie met zielzorg te vereenzelvigen. Er ligt veel waars in de opmerking van Du Boeuff en Kuiper als zij Tournier tegenwerpen, dat deze psychotherapie verwart met zielzorg, en daardoor het wezen van beide miskent. Hij vermengt therapie en zielzorg en mengt ze bovendien nog met agogie. Zijn probleemstelling, het betrekken van het psychische in de behandeling is juist en vruchtbaar. Doch zijn oplossing is niet steeds aanvaardbaar. Wie is de mens, zo vraagt de anthropologische geneeskunde. En de theoloog mag over deze ook aan hem gestelde vraag het licht der waarheid laten schijnen, zoals dat ook in de H. Schrift voor ons ontstoken is. Hierbij zal ook het uiterst belangrijke probleem der sexualiteit ter sprake moeten komen, met als component het even urgente vraagstuk van het kindertal. Het is de onmiskenbare en onuitwisbare verdienste van Freud geweest de geweldige krachten der sexualiteit te hebben aangetoond, ook in die uitingen, welke, naar men meende, vanwege de subHmatie,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's