1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 155
DE WISKUNDE IN DE NATUURKUNDE
123
wetenschap van de getallen beschouwen, maar als de leer van algebraische en eventueel nog algemenere operaties, als de wetenschap van de formele systemen en algebraische structuren. Deze mensen zullen in het algemeen ook de logica geheel of gedeeltelijk tot de wiskunde rekenen, of de wiskunde tot de logica, omdat de formele logica zich met overeenkomstige systemen bezig houdt. Men spreekt immers zelfs van propositie-algebra's. Het is duidelijk, dat deze ontwikkeling het onderscheid tussen de wiskunde en de natuurkunde steeds groter heeft doen worden. Terwijl men aan den enen kant de natuurkunde steeds duidelijker is gaan zien als een wetenschap, die berust op experiment en waarneming, blijkt men aan den anderen kant de wiskunde meer en meer te beschouwen als een wetenschap, die zich bezig houdt met den opbouw en het onderzoek van gedachtenconstructies, van formeel logische systemen, die door het menselijk denken zelf zijn voortgebracht. De consequentie daarvan is, dat de wiskunde een andere realiteitsachtergrond heeft gekregen dan de natuurkunde; ook dat de geldigheid van een wiskundestelling een andere betekenis heeft gekregen dan die van een natuurwet en dat men tegenwoordig in de natuurkunde op een andere wijze zal redeneren dan in de wiskunde, omdat men er verschillende criteria van juistheid en geldigheid op na zal houden in deze beide wetenschappen. Het is daarom gewenst, dat wij ons standpunt ten aanzien van de boven geschetste ontwikkeling nader vast stellen. 2. Men zal waarschijnlijk weinig tegenspraak ontmoeten, indien men stelt dat de natuurkunde de wetenschap is, die zich bezig houdt met de studie van de anorganische natuur, d.w.z., een wetenschap omtrent dingen, die de mens kan waarnemen en waarmee hij eventueel kan experimenteren, maar die toch in zekeren zin onafhankelijk van hem bestaan. Dat betekent dat iedere uitspraak in de natuurkunde pas waarde heeft als wetenschappelijk resultaat, indien zij bevestigd wordt door het experiment en de waarneming. Hoeveel waarde allerlei deductieve redeneringen ook voor den wetenschapsbeoefenaar mogen hebben om tot klaarder inzicht en eventueel tot nieuwe ontdekkingen te komen, toch blijft het zo, dat de waarheid van elke uitspraak uiteindelijk niet berust op de correctheid van een betoog of redenering, maar op het doorstaan van de toetsing aan de ervaring. Geheel anders staat het met de wiskunde. De deductieve opbouw is altijd voor de wiskunde karakteristiek geweest. De waarheid van de gedane uitspraken werd nimmer afhankelijk gesteld van de beves-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's