1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 45
CRITERIA DER GEESTELIJKE VOLKSGEZONDHEID
29
nerveuze kwalen en toestanden. Voor wat de morfine betreft blijkt zelfs, dat in Denemarken bijna 5 x zoveel gebruikt wordt per inwoner als in Nederland en een dergelijke verhouding geldt ook voor andere middelen. Uit de genoemde gegevens blijkt, dat Nederland gunstig afsteekt bij de andere landen en vooral bij Denemarken. Wij hebben reeds gezien, dat ook het probleem van de agressieve houdingen en dat van de alcohol en het alcoholisme voor Denemarken zwaar wegen. Het lijkt mij zeker niet juist om voor al deze verschijnselen alleen de manisch depressieve psychose in dit verband verantwoordelijk te stellen. Wij wezen er reeds op, dat algemeen sociale, religieuze en culturele factoren hier een rol zullen spelen. Ook de geringe stabiliteit van het huwelijk in de Scandinavische landen wordt soms gezien als oorzaak voor de toenemende zelfmoordneiging in die landen. Toch kan men hier niet een zo simpel verband liggen van oorzaak en gevolg. Beide factoren, de geringe stabiliteit van het huwelijk en de toenemende neiging tot zelfmoord kunnen zeer goed uit andere oorzaken voortkomen. In dit verband mag er op gewezen worden, dat Denemarken reeds een eeuw lang een hoog zelfmoordcijfer vertoont. IV.
ALGEMENE CONCLUSIES.
Het geheel overziend, willen wij trachten tot enkele meer algemene conclusies te komen. Dergelijke conclusies dragen altijd een zeer voorlopig karakter, aangezien het aantal gegevens, dat ons in het huidige stadium van de kennis der geestelijke volksgezondheid ten dienste staat, nog te gering is. Het is gebruikelijk de pathogene oorzaken voor geestelijke aberraties en stoornissen te verdelen in endogene, psychogene en sociogene factoren. Dat endogene factoren bij het optreden van destructieve handelingen, alcoholisme, suicide en verslavingen een rol kunnen spelen, is wel zeker. Het is echter zeer onwaarschijnlijk, dat deze endogene factoren voor dergelijke grote variaties in de getallen verantwoordelijk gesteld kunnen worden, te meer, waar het niet waarschijnlijk is, dat erfelijke en biologisch-constitutionele factoren in de verschillende landen zo sterk variƫren. De beide andere groepen van oorzaken, de psychogene en de sociogene komen hier dan ook veel meer voor in aanmerking. Het is waarschijnlijk, dat sociaal-culturele factoren ter verklaring van de genoemde variaties het meest belangrijk zijn. Hierbij komen vragen van sociaal-economische, van religieuze, en van sociaal-psychologische aard naar voren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's