1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 77
LOUIS PASTEUR ') (27 december 1822-29 september 1895) door G. A. L I N D E B O O M
, ( j I
i
J
D e geleerde, waarover ik U thans ga spreken, Louis Pasteur, was een scheikundige. E e n ogenbhk kan het welHcht vreemd schijnen, wanneer een medicus over hem gaat spreken, doch naar ik hoop, een ogenbhk maar. W a n t de verdiensten van deze chemicus voor d e medische wetenschap zijn zo groot, dat ze in een enkele voordracht eigenlijk niet eens volledig te schetsen zijn. Dat kan blijken uit een enkel woord, dat tot hem gericht werd op zijn 70ste verjaardag, 27 mei 1892, toen hij in een kleine, selecte kring, w e r d gehuldigd. Toen sprak een Engels geneesheer. Lord Lister, tot hem: „Voorwaar, er bestaat in de gehele wereld geen mens, aan wie d e medische wetenschap meer te danken heeft, dan aan U." E n deze chirurg uit Glasgow kon het weten. Hij was één der eersten geweest, die het immense voordeel had ingezien, dat de geneeskunst kon putten uit Pasteur's ontdekkingen. Deze begon wel is waar op het gebied der scheikunde, maar hij verlegde het veld van zijn vruchtbare arbeid telkens naar een hoger terras in de natuur, van d e anorganische naar de organische chemie, van het vegetatieve naar het animale leven en tenslotte naar het leven van den mens. Zo klom hij op van de chemie naar de pathologie van dier en mens, en vandaar naar de therapie. Laat mij daarom trachten U iets te doen gevoelen van de achtergrond van de woorden van Lister, die ik zoeven aanhaalde, en van de redenen, waarom de geneeskunde aan Pasteur zo grote en zo blijvende dank is verschuldigd.
Pasteur kwam uit het eenvoudige gezin van een leerlooier, die zich in 1815 te Dole, de bekoorlijke, hoog gelegen vestingstad in de Franse Jura, had gevestigd. Met geestdrift had deze onder Napoleon gediend, en zijn borst werd gesierd door hetzelfde Legioen van Eer, dat later ook zijn zoon, zij het vanwege geheel andere verdiensten, zou onder1) Een in het kader van de door de Civitas-raad der Vrije Universiteit voor de cursus 1953—1954 georganiseerde culturele lezingen op 29 maart 1954 gehouden voordracht in het natuurkundig laboratorium, de Lairessestraat 174, Amsterdam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's