Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 58

2 minuten leestijd

38

J. E. SCHULTE

Beschouwen wij het leven meer synthetisch, dan treft ons de éénheid uiteraard, eenheid „per se", ervan, elk wezen is een totaliteit met neiging tot herstel. Het geeft zelfhandhaving te zien, voorts gestalte, ook innerlijk, n.l. structuur. Het leven heett eigenwettelijkheid en spontaneiteit, heel de levenloze natuur is onderworpen aan entropie, aan desintegratie, aan nivellering, maar het leven gaat daartegen in, getuige de photosynthese, waarbij een bestanddeel ontstaat, dat rijk is aan energie door „negatieve entropie". Elk levend wezen is een organisme, zij het dan slechts een microbe-cel; de „oi-ganismische" opvatting van het leven heeft veel aanhangers. Dit leidt ons tot de indeling van het leven in drie graden, reeds aan de Ouden bekend als plantaardig leven, dierlijk leven met ken- en strevingsfunctie en het hoger leven met menselijke hoedanigheden. Deze indeling, „Schichtung" van het leven, is in onze tijd vooral door Niaolai Hartmann (1882—1950) verdedigd. Voegt men daarbij de levenloze natuur, dan zijn er vier graden of trappen in de natuur, waarbij de volgende telkens van de voorafgaande afhankelijk is en waarbij de voorafgaande tevens meer stabiel, meer stationair is en groter van omvang is meteen. Zij vormen in beeld een naar boven veel smaller wordende getrapte pyramide met het levenloze als grondslag. Doch met dit al is de vraag: Wat is het leven? nog niet beantwoord. Het gaat daarbij immers om het zijn zelf, om het wezen ervan, vraarbij voorstellingen onzer fantasie ontoereikend zijn; het is een wipgerig vraagstuk. Het leven werkt op zich zelf en uit zich zelf; een levend wezen is begin- en eindterm van werking. Aristoteles zeide reeds, dat het leven is immanente werking (,,autokinèton"). Thomas van Aquino ziet ook deze zelfwerkzaamheid als het wezen met de woorden (van een commentator): „in se ipsum a se ipso per se operatur" krachtens een eigen beginsel of zelfstandigheidsvorm, de „forma", grondslag van zelfwerkzaamheid en zelfregulatie. Voor deze eigen grondslag van het leven greep H. Driesch later terug op Aristoteles (entelechie) als efficiënte, niet als formele oorzaak, zodat zijn opvatting eerder Platonisch, dualistisch is dan Aristotelisch. Hiermede komen wij tot een bepaling van het leven, gelijk het materialisme op zijn manier deed, en tevens het idealisme. Want de mens wil niet alleen verschijnselen kennen, maar ook de achtergrond, volgens het woord van Ed. Husserl: „Nicht immer spricht Naturwissensohaft, wenn die Naturforscher sprechen". Het is merkwaardig, dat velen zich niettemin afkerig tonen van een

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 58

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's