Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 87

3 minuten leestijd

LOUIS PASTEUR

63

van hondsdolheid, en de tijd gekomen achtte een aparte inrichting daarvoor te openen. Van alle kanten stroomden de giften binnen, zodat het spoedig tot stand kwam. Thans is het zo, dat ieder beschaafd land een Instituut Pasteur heeft en zich gereed houdt patiënten tegen hondsdolheid in behandeling te nemen. In ons land is de ziekte zeer zeldzaam. Er gaan jaren voorbij, waarin het Rijks Instit. voor Volksgezondheid op dit punt zijn diensten niet behoeft te verlenen. Toch blijft waakzaamheid geboden. Van 1 januari tot 15 februari 1954 werden in West-Duitsland 112 gevallen van rabies bij in het wild levende dieren waargenomen: vooral reeen en vossen, en moesten 78 personen praeventief of therapeutisch in behandeling worden genomen. (N.T.V.G., 98, 728, 1954). De behandeling ter voorkoming van hondsdolheid bij besmette personen was een hoogtepunt in Pasteur's leven. Ze viel in 1885, Pasteur was dus 63 jaar, en zijn gezondheid liet langzamerhand te wensen over. In 1887, dus 19 jaar na de eerste maal, kreeg hij opnieuw een beroerte, waarna hij zich sterk in zijn werkzaamheden moest beperken. Maar zijn 70ste verjaardag werd nog feestelijk gevierd. De hele wetenschappelijke wereld bracht hem hulde. De geneeskundigen bleven nu niet achter, maar zijn gezondheid was reeds dusdanig, dat hij in de huldigingsvergadering zijn antwoord aan de redenaars moest laten voorlezen door zijn zoon. Dan gaat het verder achteruit. Het laatste jaar is hij veel bedlegerig, en moet hij het werk geheel uit handen geven. Hij kan terugzien op een zeldzaam rijk leven. Zijn gelovig gemoed vindt rust in de troost, die de godsdienst hem biedt. Gaarne laat hij zich uit de Evangeliën voorlezen: „comme c'est beau", kon hij dan soms verzuchten. In 1895 komt dan het einde. Met grote pracht en praal wordt hij op staatskosten vanuit de Notre Dame te Parijs begraven. Zijn stoffelijk overschot werd in een crypt onder in de kelders van het Instituut bijgezet, waar eens per jaar de Fransen gelegenheid krijgen hun weldoener te eren. Later vond ook zijn vrouw daar haar laatste rustplaats. Wanneer men het wetenschappelijk werk van Pasteur overziet, dan is dat verbijsterend. Het begint bij de ontdekking van het linksdraaiend wijnsteenzuur, loopt over de studies der fermentatie, en der spontane generatie, naar de bereidingswijze van wijnen en bier en de redding van de zijderupsencultuur, om dan zich te richten op de microben als ziekteverwekkers bij dieren, de bereiding van vaccins en te culmineren met de prophylaxe der rabies. Hij heeft door het werk voor de Franse industrie zijn land een gel-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 87

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's