1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 172
136
J. W. BRUINS
publicaties vermeldt Guttmacher nog mededelingen van Murphy en Farris (14). De enige Nederlander, die over het onderwerp heeft gepubliceerd is Swaab (18). Hij insemineerde 19 vrouwen, waarvan 1 buitenechtelijk. Bij deze vrouwen trad 11 keer een bevruchting op, bij 8 had dus de inseminatie geen succes gehad. Volgens de schrijver hadden vier van deze acht vrouwen duidelijke afwijkingen, die de mislukkingen verklaarden i). In 60 % van de gevallen had de inseminatie succes — het materiaal is m.i. nog te gering om enige conclusie te rechtvaardigen. Het waren alle z.g. heterologe inseminaties, d.w.z. dat het ejaculaat van vreemde donors werd gebruikt. Toch verschilt zijn cijfer niet zo veel van dat van Guttmacher, die in 55 % een positief resultaat zag. De techniek van deze beide inseminators was dezelfde: heteroloog en paracervicaal (zie later). Murphy en Farris hadden minder succes. Zij verrichten 57 intracervicale inseminaties, met als gevolg 10 zwangerschappen. De mededeling beantwoordde niet de vraag of de inseminatie heteroloog of homoloog was geweest. Guttmacher concludeerde, dat een grote groep zeker homoloog was, omdat 19 van de 37 mislukkingen te wijten was aan een slechte kwaliteit van het ejaculaat (weinig zaadcellen). In de publicatie van Swaab lees ik, dat Kleegman (11) 74 concepties zag bij 116 echtparen. Shields (17) 77 bij 97, Sheldon Paine (16) 38 bij 67. Dit zijn echter alle heterologe gevallen geweest. Ik heb de indruk, dat de kunstmatige ingreep, althans in ons land, nog niet een grote omvang heeft aangenomen, al mag men vrijelijk aannemen, dat verscheidene gynaecologen haar uitvoeren. In Amerika heeft men onder een aantal medici een enquête gehouden. Er werd een vragenlijst rondgestuurd aan 96 leden van de American Society for the study of Sterility (de proefpersonen waren dus nogal geselecteerd). Van 71 kwamen antwoorden binnen. Er waren 52 voorstanders van de ingreep, 12 waren er tegen, 7 waren blanco. Enkele van de opponenten hadden religieuze bezwaren, sommige juridische, terwijl een arts om aesthetische redenen een tegenstander bleek. In een bijdrage van Daubanton (4) lees ik dat Lorset in Noorwegen aan 359 steriele echtparen een oordeel vroeg over de kunstmatige inseminatie. Slechts 19 hadden bezwaren. De meerderheid zag in haar ^) Een van haar had zeldzame, ovulatoire menses, de drie anderen hadden afwijkingen op het salpingogram, o.a. afgesloten eileiders. Swaab stelt zich op het standpunt, dat men in de daarvoor aangewezen gevallen eerst moet trachten door een kunstmatige inseminatie de eicel te bevruchten, alvoren tot een pertubatie of salpingographie te besluiten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's