1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 203
JURIDISCHE ASPECTEN BIJ KUNSTMATIGE INSEMINATIE
167
het begrip afstamming dwingt, al is een dergelijke uitlegging op formalistische gronden te verdedigen. Dr. M. H. Tromp, directeur van de geneeskundige en gezondheidsdienst bij het Departement van Justitie te Utrecht, in zijn bijdrage in het Ned. Tijdschrift voor Geneeskunde §) acht art. 236 niet toepasselijk, maar stelt: „Vanzelfsprekend zou de arts wel strafbaar zijn als hij deze (de kunstmatige inseminatie n 1.) toepast tegen de wil der vrouw, bij een meisje beneden 16 jaar en in 't openbaar. Eveneens als hij het deed zonder voorkennis van de man of met sperma van iemand waarmee het huwelijk van de vrouw onmogelijk is (vader, broeder, schoonvader, zwager)". Doordat de strafwet strafbaarheid van een gedraging steeds koppelt aan de verwezenlijking van de elementen van een wettelijke omschrijving, kan deze stelling alleen opgaan in zoverre in de strafwet toepasselijke artikelen zijn aan te wijzen. Men zou geneigd zijn bij k.i.d. tegen de wil of zonder voorkennis van de vrouw te denken aan verkrachting. Zo was de kwalificatie van het Hooggerechtshof in Ontario. Zo ook is de opvatting van de Franse hoogleraar Savatier voor het Franse recht. De Code Pénal geeft niet nader aan wat onder ,,viol" verstaan moet worden, zodat een extensieve uitlegging mogelijk is. Bij ons is verkrachting uitdrukkelijk in de wet omschreven als ,,dwang tot vleselijke gemeenschap buiten echt". Zodoende komt men met dit begrip ten onzent niet uit. Hoogstens zou strafbaarheid mogelijk zijn op grond van art. 284, Ie, waar wederrechtelijke dwang door geweld of enige andere feitelijkheid wordt strafbaar gesteld. Onder dit laatste valt dan ook misleiding ten opzichte van de werkelijke aard der handeling. De sanctie bedragt hier niet meer dan 9 maanden, terwijl die op verkrachting tot 12 jaar gaat. Zonder nu in bijzonderheden op de verschillende door Tromp als strafbaar aangeduide gevallen nader in te gaan, zij hier slechts er op gewezen, dat er geen strafwetartikel is aan te wijzen op grond waarvan de arts, die op een beneden 16-jarige k.i.d. toepast met haar wil, kan worden strafbaar gesteld. Hetzelfde geldt ten aanzien van een incestueuze verwekking, als hij de naam niet geheim houdt ^). In ieder geval blijkt uit een en ander wel, hoe onbevredigend de situatie naar positief recht is. Dit treft men, gelijk reeds werd aangestipt, overal waar kunstmatige inseminatie met behulp van donorsperma wordt toegepast. De bestaande wetgevingen zijn ontoereikend om de problematiek die bij deze wijze van verwekking zich voordoet, op te vangen. Er zal meer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's