1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 190
^
154
G. BRILLENBURG WURTH
kunnen wij zeggen: dat was in een tijd, toen men nog weinig met natuurlijke tussen-oorzaken rekende en nog weinig wist van wetenschappelijke mogelijkheden om mensen in précaire levensomstandigheden te helpen. En dan mogen wij dankbaar erkennen, dat, dank zij Gods genade, voor ons nu mogelijkheden open staan, die toen nog ontbraken. Maar, gelijk reeds gezegd, dit geldt niet onbeperkt. En dit geldt zeker niet, wanneer het toepassen van bepaalde middelen ons zo apert met de hoogste zedelijke normen en waarden in strijd zou brengen als hier, waar wij toch immers te doen doen hebben met een funeste depersonalisatie van iets, dat tot de zo specifiek persoonlijke levenssfeer behoort als de sexualiteit. Het met toepassing van die middelen iemand willen helpen, zou daarom ook nooit een waarachtige hulp betekenen. En de medicus, die zich hiervoor leende, zou grote kans lopen straks bittere verwijten te horen te krijgen van hen, voor wie hij, in plaats van hun een echte uHweg te wijzen, juist de moeilijkheden in ernstige mate vergrootte. Rest ons thans nog enige beknopte opmerkingen te maken over de andere vorm van de kunstmatige inseminatie, n.l. met homoloog sperma. Het zou de moeite waard zijn iets nader in te gaan op de interessante discussie, die in het r.k. kamp daarover gevoerd is en waarin o.a. ook de paus zich heeft gemengd, speciaal om vanuit onze protestantse visie te toetsen de argumenten, die hier pro en contra te berde gebracht zijn 8). Verschillende van die argumenten contra hangen wel zeer nauw samen met de typische natuurrechtelijke beschouwing aangaande het huwelijk in de r.k. ethiek, zodat ze voor ons, die deze natuurrechtelijke inzichten niet delen, niet of slechts zeer ten dele van kracht zijn. Tal van de bezwaren, die tegen de heterologe kunstmatige inseminatie gelden, gelden hier bij de homologe ongetwijfeld niet. De medische hulp, die hier verleend wordt, het inbrengen van het sperma van de eigen man in de baarmoeder van zijn wettige vrouw, betekent slechts een poging datgene, wat door physieke oorzaken tussen de man en vrouw niet mogelijk is, n.l. het dusdanig inbrengen van het sperma in de baarmoeder, dat bevruchting mogelijk is, te herstellen en heeft dus met een schending van de aard van het huwelijk niets te maken. Een niet zo eenvoudig te beantwoorden vraag is het, of daarbij principieel-ethisch onderscheid gemaakt moet worden tussen de te volgen methoden van het inbrengen van het sperma.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's