1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 342
284
G. J. SIZOO
Engeland het „Department of Scientific and Industrial Research" en de „Research Associations" voor verschillende bedrijven. Andere landen volgden na de oorlog hetzelfde voorbeeld. In Nederland stelde de regering in 1924 een commissie in onder voorzitterschap van prof. dr. F. A. C. Went en bestaande uit vooraanstaande figuren van wetenschap en bedrijf, die tot taak had voorstellen te doen voor de organisatie van het toegepast-natuurwelenschappelijk onderzoek in Nederland, voor zover dit met overheidsgelden zou dienen te worden verricht. De ambtelijke en politieke molens draaiden ook in dit geval langzaam, zodat pas bij wet van 30 oktober 1930 de „Centrale Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek" tot stand kwam, met de taak dit onderzoek „op de doelmatigste wijze dienstbaar te maken aan het algemeen belang". Volgens art. 14 van deze wet kan de regering z.g. „Bijzondere Organisaties" in het leven roepen, wier taak in het bijzonder gericht is op „enig volksbelang of enige tak van volkswelvaart". Achtereenvolgens kwamen tot stand de bijzondere organisaties voor Nijverheid en Verkeer (1934), Voeding (1940), Landbouw (1943), Rijksverdediging (1946) en Volksgezondheid (1949). Het is interessant op te merken dal hierin het door Steven Hoogendijk anderhalve eeuw geleden in „Plan en Grondwet van het Bataafs Genootschap der Proefondervindelijke Wijsbegeerte" uitgestippelde werkprogramma, doch thans in een bij de wet geregelde vorm van semi-overheidsorganisatie, geheel is herleefd. Zo was dus reeds vóór de tweede wereldoorlog het toegepaste agrarische en industrieel gerichte natuurkundig onderzoek ingeschakeld in de inspanning der samenleving tot zelfhandhaving en concurrentie en daarbij tevens voorwerp van overheidszorg geworden. Naast de vrije wetenschappelijke onderzoeker, die het recht had het gebied van zijn onderzoek te kiezen naar zijn eigen smaak en zijn resultaten naar eigen keuze aan de samenleving als geheel aan te bieden of te onthouden, was een nieuw type onderzoeker ontstaan, dat zijn denk- en speurvermogen bewust tegen geldelijke vergoeding in dienst stelde van een bepaald samenlevingsverband en dat ook bereid was deze vermogens te richten op hem door dit verband voorgelegde problemen. Tegenover dit verlies aan vrijheid, stond de winst aan administratieve, materiële en personele hulpmiddelen die het industriële researchlaboratorium of overheidsspeurwerkinstituut hem in veel ruimer mate kon verschaffen dan het universitaire laboratorium, dat nog altijd meer als hulpmiddel voor het onderwijs dan als
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's