Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 348

2 minuten leestijd

290

G. J. SIZOO

niet aan in de tekening die prof. Polak geeft van ds huidige verhouding tussen wetenschap en maatschappij. Daarin zegt hij o.a. „Dienstbaar intellect = bruikbaar intellect, d.w.z. beginselloos, plooibaar, dociel, efficiënt en indifferent voor elke taak of opdracht" i). Blijkens het verband doelt hij hier op dat deel der intelligentia, dat „zakelijk geëngageerd of ambtelijk geëmployeerd" is, dus ook op wetenschappelijke onderzoekers in industrieel of overheidsverband. Deze uitspraak is ten eerste zeer onheus tegenover de aangeduide groep van academici. Zij kan ook niet verontschuldigd worden als een ten behoeve van het effect gechargeerde uitspraak. Zij is eenvoudig onwaar en daarom uit de mond van een paladijn der wetenschap als „dienares van de zuivere waarheid" verbazingwekkend. Wanneer verder in dezelfde alinea gezegd wordt: „Veelal is het (dienstbaar intellect) onderwoi-pen aan een verbod tot zelfstandige publikatie en vrije meningsuiting. Het geweten moet wijken voor het voorgeschreven weten", dan is dit een misleidende en voor de betrokkenen krenkende, voorstelling van de verhoudingen, die met de eisen der beveiliging van de industriële eigendom of van de nationale belangen samenhangen. Die eisen kunnen inderdaad meebrengen dat de onderzoeker het recht tot beslissen over de al of niet publiceerbaarheid van resultaten of gegevens bewust afstaat aan degenen, die beter dan hijzelf de consequenties daarvan kunnen beoordelen. Ik zeg niet, dat hier geen gevaren liggen en ik ontken evenmin dat zich hier vaak moeilijke vragen van beleid en verantwoordelijkheid voordoen. Maar ik meen stellig, dat zij, die naar eer en geweten in deze moeilijke, maar onvermijdbare verwikkelingen van deze tijd, hun positie willen aanvaarden en daarbij bereid zijn hun vrijheid te laten normeren door hun verantwoordelijkheid tegenover het samenlei/ingsverband, waarin zij geplaatst zijn, het recht hebben ook deze beschuldigende uitspraak als onwaar van de hand te wijzen. Volgens de in de aanhef aangekondigde opzet heb ik mij in het voorafgaande beperkt tot een praktische oriëntatie in de thans zeer verwikkelde samenhang tussen natuurkunde en samenleving. Ik ben er mij van bewust dat ik daardoor een aantal facetten van deze samenhang en deze wederzijdse beïnvloeding buiten beschouwing heb gelaten. Met name geldt dit voor de invloed die de natuurkunde heeft geoefend en wellicht nog oefenen zal op de geestelijke structuur van de tijd. Hoe groot die invloed, via wijsbegeerte, theologie en weten1)

l.c. bl2. 165.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 348

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's