1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 131
ASPECTEN VAN DE DOOD IN DE GENEESKUNDE
103
schappelijke en technische. Natuurlijk moet de arts in de eerste plaats de vakman zijn en hij dient dat zelfs tot het uiterste te zijn, piaar daarnaast — of eigenlijk daar doorheen — ligt de benadering als mens. Weliswaar moet dit menselijke al zijn werk doordringen, maar het zal vooral naar voren dienen te komen wanneer zijn kennen en kunnen tot falen gedoemd zijn. Wanneer de dood onafwendbaar naderbij komt en de geneesheer het hoofd heeft te buigen, dan staat daar maar een gewoon mens, die de laatste stonden van het aardse bestaan van een medemens ziet vlieden. Dan in het bijzonder treden naar voren medevoelende menselijkheid, eerbied voor het grote gebeuren, dat aan een mens als wijzelve wordt voltrokken, en diep ontzag voor wat dit omvat en betekent. Ook als de mens, die geconfronteerd wordt met het mysterie van de dood, zien wij sterven en dood. In deze houding wil ik nog tot enkele facetten naderen, niet om deze uitgebreid te belichten, maar meer om ze aan te duiden. Wij verlaten hier de veilige bodem van de exacte wetenschap en voor een gemakkelijk generaliseren in objectiviteit is hier zeker geen plaats, omdat het subjectieve sterk op de voorgrond komt te staan. Het zal bijvoorbeeld een — inderdaad hemelsbreed — verschil uitmaken of men de dood beschouwt zo in de trant van „dat heb je nu met die differentiatie" en als het definitieve einde van alles, of dat men de dood ziet in een geheel ander licht, waarbij het zonder enig perspectief succomberen van een geval wordt tot het sterven van een mens, verwachtend een andere voortzettino; van bestaan. Het eigen geloof is richtinggevend voor de visie op de dood en dit geldt zowel voor de arts als voor de ter dood gewijde, die aan zijn zorgen is toevertrouwd. Dit wil zeggen dat de arts, met vasthouding aan zijn eigen gevestigde overtuiging, de inzichten heeft te eerbiedigen van zijn patiënt of van de omgeving van deze. De veelzijdigheid van religieuse en andere opvattingen weerspiegelt zich in elke gemengde medische praktijk en reverentie, begrip en tact worden hier van de arts gevraagd. Als regel zal de arts zich ook niet begeven op het gebied van het pastorale, dat het domein van de bevoegde geestelijke herders is en met wie een nauwe samenwerking is aangewezen. Nu is het zo, dat vele mensen eerst als het einde naderbij gaat komen, zich de eeuwige vragen in haar wezenlijke en diepste betekenis voorgelegd zien. De arts, die zelf in een lichtgevend geloof staat, behoeft een open gesprek dan niet te schuwen, wanneer de wens daartoe — veelal zeer subtiel — wordt kenbaar gemaakt, maar hij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's