Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 64

2 minuten leestijd

44

J. E. SCHULTE

is in zekere zin een bevestiging van de organismische opvatting van de levende wezens. Er zijn nog andere argumenten : 8. Vira zijn voor hun werking en vermeerdering op andere, levende wezens aangewezen. Deze zijn voorwaarde voor hun activiteit en voortbestaan. Het is dus bezwaarlijk aan te nemen, dat zij voorheen een eigen leven hebben gehad, dus zelfstandige d.i. levende wezens zouden geweest zijn en nu zouden zijn. 9. Zijn zij niet eerder vijandig jegens het leven? Vele brengen stoornissen en destructie teweeg, met name van de celkern van de gastheer-cel. Zij breken vooral de celkern, hoofdelement der cel, af en wel met enzymen van de cel zelf. Smith noemt het virus daarom niet zonder reden: „Life's ennemy". Ik kom dus, alle argumenten samen beschouwend, dus volgens Aristoteles „kat'holon", tot de opvatting, dat de vira waarschijnlijk niet-levend zijn. Of dat echter voor alle vira geldt, is nog een open vraag. Anderen vatten hen op als levend, doch hebben dan een veel ruimer begrip van het leven dan boven werd uiteengezet. Weer anderen spreken, gelijk Kluyver in zijn recente rede: „Microbe en Leven", van een praecellulair stadium, zonder daarvoor andere dan in sterke mate hypothetische gronden te kunnen aanvoeren. Ik noemde boven reeds het vraagstuk van de vermeerdering der vira. Is dat dan geen levensuiting? Het best bekend is ons het virus van de bacteriën of bacteriophaag. Is zo'n virus-bestanddeel in een bacterium coli-cel geraakt, dan komt het tot snelle vermeerdering; na 21 minuten komen er een groot aantal, ca. 200 uit de cel te voorschijn. Men zegt, dat de „burst-size" 200 bedraagt. Op de diverse fasen van dit vermeerderingsproces is uitvoerig de aandacht gevestigd ten onzent door K. C. Winkler (1953, 1954). Is dat nu echter een vermeerdering als levensuiting, gelijk celdelingen met de vorming van dochtercellen, die krachtens de ontvangen potenties zich tot volledige cellen ontplooien? Dat is blijkbaar niet het geval. De nieuwe virusbestanddelen zijn terstond volledig. De vermeerdering gaat daarbij ook veel sneller dan mitotische en amitotische celdelingen. Het ligt veel meer voor de hand aan te nemen, dat er bij de vermeerdering van vira een autacatalijtisch proces in gang is, waar dus het virus zijn eigen catalysator is. De toename in aantal berust dan dus niet op een levenswerking, maar op een physisch-chemisch proces.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 64

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's